Thema's
Vakgebieden
Mijn school
Halfjaarsysteem: Gedifferentieerd onderwijs in optima forma
Tekst: Martin van Rooij
Een nieuwe school op een Vinexlocatie; dat betekent dat je de handen vol hebt om de groei in goede banen te leiden. Toch legde Jan Ligthartschool Driecant in Tilburg zichzelf nog wat extra huiswerk op. De school voerde het halfjaarklassensysteem in. “Best een gepuzzel”, zo geeft Marcel Gerritse toe. “Maar ouders en leerkrachten onderschrijven de voordelen, al is het voor de onderwijsinspectie wel eens lastig.”
Sommige scholen leiden een zieltogend bestaan vanwege een witte vlucht, andere groeien tegen de klippen op. Een voorbeeld uit de laatste categorie is Jan Ligthartschool Driecant in de Tilburgse nieuwbouwwijk Reeshof. Deze school groeit stormachtig, ondanks de onmiddellijke nabijheid van twee concurrenten. Dat is niet enkel te danken aan de kwaliteit van het onderwijs op de Driecant, geeft directeur Marcel Gerritse eerlijk toe. “De Reeshof is een Vinexlocatie van Tilburg.
Op termijn moet deze wijk 45.000 bewoners gaan huisvesten, waaronder veel jonge gezinnen. Er is dus dringend behoefte aan scholen.” Driecant begon tien jaar geleden in een oud schoolgebouw voor voortgezet onderwijs, verhuisde vervolgens naar tijdelijke ‘barakken’ en toen naar nieuwbouw. De school bestaat uit twee panden, van elkaar gescheiden door een fietspad.
In de ene locatie de kleuterbouw, in de andere de bovenbouw, zeker? Nee, daar hebben we bewust niet voor gekozen”, vertelt Gerritse. Bij de kleuterbouw is de bovenbouw gehuisvest .“We wilden geen twee culturen, geen sfeer van ‘zij daar en wij hier’. Eigenlijk hebben we in beide panden een teamkamer, alleen in het nieuwere pand is die ruimte ingericht als technieklokaal. We treffen elkaar dus hier, tegenover mijn kamer.”
Gedragsverandering door opleiding
Twaalf jaar was Gerritse directeur van een school in Oudewater (onder de rook van Gouda). In die tijd volgde hij een magisteropleiding, de opleiding tot schoolleider. “Dat is de enige opleiding die bij mij een gedragsverandering teweeg heeft gebracht. Het is een opleiding met diepgang, waarbij je veel opsteekt van je collega-studenten. Verder leer je in deze opleiding bedrijfsmatig te denken en vanuit managementtermen te vertellen wat je doet.”
De vaardigheden die Gerritse opdeed, kwamen hem van pas bij het opzetten van zijn stormachtige groeiende school in Tilburg. “We begonnen tien jaar geleden met vier kinderen, nu hebben we twintig groepen en 450 leerlingen. Kleine groepen dus, we zullen wat moeten gaan indikken want sommige groepen zijn wel erg klein en dan wegen de salariskosten zwaar op de begroting. We hanteren nu trouwens een wachtlijst, want we willen niet veel groter meer worden. Wat mij betreft is 530 kinderen het maximum om als schoolleider nog met de voeten in de spreekwoordelijke klei te kunnen staan. Ik wil de kinderen en hun thuissituatie kunnen kennen. Kinderen zijn ons bestaansrecht en moeten centraal staan.”
Dat de kinderen leidend zijn in het beleid, blijkt niet alleen uit de groepsgrootte. Gerritse: “We hebben in 2003 een kinderraad in het leven geroepen. Eens in de pakweg zes weken overleg ik daarmee over zaken zoals de sfeer op school, het pestprotocol, de speelvoorzieningen en tal van andere (school)zaken. daar komen heel zinnige ideeën uit, bijvoorbeeld welke speeltoestellen ze het leukst vinden, aan welke eisen een goede leerkracht dient te voldoen, enzovoorts. Van zo’n rol krijgen kinderen zelfvertrouwen, maar dat niet alleen: ze worden ook mede-eigenaar van het probleem en zoeken dus ook naar een oplossing. Zo kwamen ze zelf op de proppen met een rooster voor het gebruik van een pas geplaatst speeltoestel.”
Geleidelijkere overgang dankzij halfjaarsysteem
De school was amper van start of Marcel en zijn collega’s bogen zich over het probleem van de grote stap die de overgang van groep 2 naar groep 3 is. “In groep 1 stromen de kinderen gedurende het hele jaar binnen. Vervolgens belanden ze in een flessenhals, want er is maar één moment van uitstroom in groep 2 en wel in augustus. Een kind dat in september is geboren, moet in zo’n groep misschien wel heel erg op zijn tenen lopen. En niet slechts gedurende één jaar, maar misschien wel de hele lagere school lang. Ik kan het weten: ik ben zelf van eind september en mijn broer van begin oktober. We schelen een jaar en twaalf dagen en op school twee jaar! Mijn broer deed de lagere school op zijn sloffen terwijl ik altijd moeite had om aan te pikken bij het niveau. daarom hebben we na anderhalf jaar alle ouders uitgenodigd en onze plannen voor de invoering van een halfjaarsysteem voorgelegd. De ouders waren akkoord en in augustus 2002 zijn we ermee gestart. Het ontwikkelingsniveau staat nu centraal, de kalenderleeftijd is van secundair belang.”
Groep negen
De kern van het halfjaarsysteem is dat je coherente groepen formeert, waarbij niet de leeftijd maar het ontwikkelingsniveau doorslaggevend is. Het zijn aparte groepen. De groep 3 die in september start, heet ook groep 3. De groep 3 die in januari start, heet groep 3-1. Het systeem heeft belangrijke voordelen, vindt Gerritse. “De lesstof van de groepen loopt parallel, maar met een halfjaar verschil. Kun je het niveau van je groep niet bijbenen of loop je vooruit op de rest van je groep, dan kun je een halfjaartje opschuiven. die overstap is dus niet zo groot. En doordat de tijden voor rekenen gelijklopen, kan een kind ook gaan rekenen in een andere groep als het niveauverschil te groot wordt.”
Bij het halfjaarklassensysteem doet zich aan het eind van de lagere school een opmerkelijk fenomeen voor: groep 8-1 is in januari klaar. En dan? Gerritse: “Ik heb geprobeerd of die groep vervroegd kon doorstromen naar het middelbaar onderwijs, maar dat is nog niet gelukt. We noemen deze groep 8-1 dan groep 9. na de CITO in februari bieden we deze leerlingen allerlei extra stof aan zoals Spaans, Frans en wiskunde.” Hoe groep 9 scoort ten opzichte van de reguliere groepen 8, kan Gerritse nog niet zeggen. “Er zijn pas twee lichtingen ‘halfjaarlijks’ van deze school af gekomen.”
Geen rustig moment
De ervaringen met het halfjaarsysteem zijn bijzonder positief, aldus Gerritse. “Ouders zien het als een meerwaarde. Sommige ouders kiezen juist vanwege het halfjaarsysteem voor onze school, met name ouders van late kinderen. oOerigens komt het vaker voor dat kinderen versnellen dan vertragen. Maar het komt ook voor dat we het verstandiger vinden dat het kind nog een halfjaartje kleutert. Dat is in ons systeem geen enkel probleem. We praten in het primair onderwijs veel over gedifferentieerd onderwijs. Nou: het halfjaarsysteem is gedifferentieerd onderwijs in optima forma. Trouwens: er zijn ook leerkrachten die bewust voor onze school kiezen vanwege het halfjaarsysteem.” Alleen maar blije gezichten dus? “Behalve dan bij de onderwijsinspectie”, grinnikt Gerritse. “De inspectie kan niet goed met ons systeem uit de voeten, omdat ze niet kan nagaan hoeveel kinderen blijven zitten. Ook het administratiesysteem ParnasSys is niet op het halfjaarsysteem berekend. De leverancier daarvan is nu aan het bekijken of ze er wat aan kunnen doen.” Overigens heeft het systeem ook een klein repercussie voor hem zelf, biecht Gerritse op. “Geen ernstig nadeel, maar de eerlijkheid gebiedt me het toch te vermelden. Als directie heb je met dit systeem geen moment rust. In september en oktober ben je namelijk al bezig na te denken over de klassenindeling van de halfjaarlijkse groepen.”
Achteraf stelt Gerritse vast dat de overgang soepel is verlopen. Grote problemen deden zich niet voor. “Wel hebben we geleerd één ding niet te doen, namelijk een halfjaarlijkse groep en een jaarlijkse groep combineren, als een schakelklas. dat is voor een leerkracht niet te doen; het niveauverschil is daarvoor te klein. Verder start een halfjaarlijkse groep altijd na een vakantie. We kennen dus twee momenten van overgang. Daarom hebben we ook niet drie maar slechts twee rapporten en voeren we maar twee keer per jaar oudergesprekken.”
Kritisch zijn
De kwaliteit van het lerarencorps is een discussiepunt dat in het primair onderwijs voortdurend de kop opsteekt. Gerritse kent de discussie en stelt naar eigen zeggen pittige eisen aan zijn leerkrachten. “Een onderwijzer of onderwijzeres kost per jaar tussen de dertig- en zestigduizend euro. Ik verwacht in ruil daarvoor kwaliteit. Ik zeg bij een eerste beoordelingsgesprek ook altijd dat ik ontwikkeling verwacht. Als een beginnende leerkracht vandaag op bepaalde onderdelen een voldoende scoort, kan dat na verloop van tijd, zonder een zichtbare ontwikkeling, een onvoldoende zijn. het niveau moet met het schrijden der jaren omhoog, net zoals bij kinderen.” Kortom: Gerritse eist een smalle bandbreedte als het gaat om kwaliteit. Anders ligt dat bij verschillen van inzicht, zegt hij. “Je hoort vaak dat in een organisatie alle neuzen dezelfde kant op moeten wijzen. Onzin. Mensen hebben recht op hun eigen opvattingen en moeten kritisch zijn. Als alle neuzen dezelfde kant op wijzen, ziet niemand de bedreiging die van achteren komt.”
Hoe geef je als manager leiding aan de cultuur die op een nieuwe school ontstaat? Gerritse: “Ik ben eerlijk, heb geen dubbele agenda en stel mezelf kwetsbaar op. Luister, ik weet ook niet alles. Dat geef ik eerlijk toe. Volgens mij is de kunst binnen een grote school onverkort vast te houden aan persoonlijk contact. Ik heb daar een manier op gevonden, die inmiddels is uitgegroeid tot een kleine traditie bij ons op school. Iedere medewerker krijgt met Kerst van mij een gedicht van ongeveer anderhalf A4-tje. Inclusief de secretaresse en de conciërge gaat het om 35 mensen. Door het jaar heen ben ik al materiaal aan het verzamelen. het is een hele klus, maar het wordt gewaardeerd en zorgt voor binding. Maar ik doe het niet alleen. Een school en een cultuur opbouwen, dat doe je met z’n allen en daar moet je mensen verantwoordelijkheid in geven.”
Kijk voor meer informatie op www.jldriecant.nl
CV Marcel Gerritse
Marcel Gerritse (gem. Emmen, 1956) volgde na de Havo de opleiding aan de Rijks Pabo te Utrecht. Vervolgens volgde hij in de avonduren de opleiding schoolmanagement bij de Open universiteit, de magistrumopleiding schoolleider Basisonderwijs (1999) en de opleiding Verandermanagement bij de Roo (2007). Zijn loopbaan begon in 1977 als leerkracht AVO bij de individuele Tuinbouwschool de Lansakker te Utrecht. Na twee jaar nam hij ontslag om zijn blik te verbreden en een wereldreis van een klein jaar te maken door Zuidoost-Azië. Terug op vaderlandse bodem ging hij in 1980 aan de slag als onderwijzer van een basisschool in Culemborg. in 1987 werd hij directeur van een kleine basisschool in Ouderwater en vanaf 1999 is hij directeur van groeischool Jls Driecant in de Vinexwijk de Reeshof te Tilburg.
Wilt u reageren? www.pulseprimaironderwijs.nl/mijnschool
Pulse Primair Onderwijs
Tips & Tools
Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
Stelling van de week
Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
Prima school
Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl
Uitgelicht
|
Nieuw in onderwijs |
Nieuw in management |

reacties
Hans van de Hoogen (2010-04-06 10:35:57)
Kunt u mij wat meer informatie sturen hieromtrent?