Mijn school

Oud-minister Ronald Plasterk (OCW): ‘Onderwijs is geen vrijblijvende vorm van dagbesteding’

Met de val van het kabinet Balkenende IV kwam een einde aan het (eerste) ministerschap van Ronald Plasterk. De periode van relatieve rust die daarop volgt, stelt hem in staat terug te blikken op zijn tijd als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in het algemeen en zijn verbeteracties voor het primair onderwijs in het bijzonder.


Eigenzinnig, zelfbewust en goed voor krasse uitspraken. Ronald Plasterk gaf kleur aan het kabinet Balkenende IV. Dat kabinet struikelde uiteindelijk over eventuele verlenging van de missie in Uruzgan. Toen premier Balkenende zijn visie gaf op de oorzaken die leidden tot de val van zijn vierde kabinet, stelde Plasterk dat de premier in zijn verklaring minstens drie onwaarheden had gebezigd. Kortom, Plasterk schuwt het debat en de confrontatie allerminst.


Differentiatie avant la lettre

Ronald Hans Anton Plasterk (1957) groeide op in Den Haag, waar hij op de Margaritaschool zat. “Het was een Rooms-Katholieke school met een heel diverse samenstelling. Het merendeel van de kinderen stroomde uit naar de huishoudschool of de lts, maar er waren ook kinderen die naar het vwo gingen, waaronder ikzelf. Het hoofd van de school, meneer Bouwman, gaf extra les aan kinderen die iets meer in hun mars hadden. Dat had hij goed georganiseerd. In feite gaf hij al invulling aan het begrip differentiatie in het basisonderwijs nog voordat die term in zwang raakte.”
Mede door dat goede onderwijs kon Plasterk naar het gymnasium. Hij kijkt terug op een leuke basisschooltijd. “Er is nog een andere reden waarom ik prettige herinneringen aan die periode bewaar. Dat realiseerde ik me echter later pas, toen ik eenmaal op het gymnasium zat. Daar kreeg ik voor het eerst punten en toen bleek dat ik heel goed kon leren. Op de basisschool was dat nooit zo uitdrukkelijk gebleken. Daar kreeg je geen punten, maar een v-tje voor voldoende en een g voor goed. Op de basisschool las ik al heel veel boeken en ze hadden ook wel in de gaten dat ik aanleg had om te leren, maar ze deden er relaxed over. De school heeft wel eens voorgesteld om mij een klas te laten overslaan, maar mijn moeder was daar niet voor. Ze vond het niet goed voor mijn sociale ontwikkeling. Ik was dus gewoon een van de vele kinderen. Ik had nooit het gevoel een buitenbeentje te zijn.”
 

Actieplan LeerKracht van Nederland
Of het huidige basisonderwijs net zo goed is als destijds in de jaren zestig en zeventig wordt alom betwijfeld. Van diverse kanten is stevige kritiek geuit op de kwaliteit van de Nederlandse leerkrachten. Hoe ziet Plasterk dat? “Ik praat liever niet over kritiek, maar over hoe we leerkrachten beter in positie kunnen brengen. Daarmee bedoel ik dat je leerkrachten in staat moet stellen goed onderwijs te bieden. Daarom heb ik de Commissie Leraren onder voorzitterschap van Alexander Rinnooy Kan gevraagd hierover advies uit te brengen. Naar aanleiding daarvan hebben wij het actieplan LeerKracht van Nederland* opgesteld en maar liefst jaarlijks een miljard euro gereserveerd voor de uitvoering daarvan.”
 

Functiemix
Goed onderwijs begint bij deskundige, zelfbewuste en gemotiveerde leraren, vindt Plasterk. “Salariëring speelt in dat verband een rol van betekenis. Dat betekent bijvoorbeeld dat je leraren loopbaanperspectief moet bieden. In het verleden was de enige weg omhoog dat een leerkracht manager werd. maar een goede leerkracht is niet per defi nitie een goede manager. In het slechtste geval ben je door zo’n switch een slechte manager rijker en een goede leerkracht armer. Daarom hebben we ervoor gezorgd dat leerkrachten die – ook qua inkomen – willen groeien daarvoor niet hoeven te stoppen met lesgeven. We hebben een functiemix ingesteld: een bepaalde verdeling van de verschillende leraarsfuncties over de salarisschalen, zodat leraren een hogere schaal kunnen bereiken op basis van functioneren en opleiding.”
Wie zichzelf wil bijscholen, krijgt daartoe voortaan alle gelegenheid. Plasterk: “We hebben een scholingsfonds opgericht. Leerkrachten kunnen bij dat fonds een beurs aanvragen voor een opleiding die leidt tot een hogere kwalifi catie of specialisatie, waarbij we in het basisonderwijs extra kwalifi catie en specialisatie op het gebied van rekenen en taal prioriteit geven. Een belangrijk aspect van deze maatregel is dat leerkrachten aanspraak kunnen maken op het scholingsfonds zónder tussenkomst van de schooldirectie.” Dit scholingsfonds is volgens Plasterk nú al een groot succes. “Heel veel docenten zijn al bezig hun eerstegraads lesbevoegdheid te halen.”
 

Beroepsregister voor leraren
Een ander aspect waar het Actieplan LeerKracht van Nederland stevig op inzet, is verbetering van de professionele positie van leraren. “Leerkrachten moeten hun vak en zelf in grote mate kunnen bepalen hoe zij hun vak invullen. Ze weten dat hun taak niet is om puur uit te voeren wat het management verzonnen heeft. Verder ben ik een groot voorstander van het register voor leraren dat als kwaliteitskeurmerk moet gaan dienen. Er wordt nu gewerkt aan Wikiwijs: een platform voor leraren om open, digitaal leermateriaal te kunnen vinden, gebruiken en bewerken. Zo zou je het materiaal dat elders is ontwikkeld beter kunnen benutten. je zou de toegang tot Wikiwijs kunnen beperken tot leraren die in het register van leraren staan ingeschreven en hun professie aantoonbaar onderhouden.”
Als we van leraren professionaliteit verwachten, behoort daar volgens Plasterk een professioneel personeelsbeleid tegenover te staan. “Of het nu gaat om het onderwijs, de wetenschap, het bedrijfsleven, de sport of welke sector dan ook: wie uitzonderlijk goed presteert, zou meer moeten verdienen. maar denk dan alsjeblieft niet meteen aan zoiets primitiefs als prestatiebeloning. je moet afspreken welke criteria meespelen om in een hogere schaal te komen; denk aan mentor zijn, een uitzonderlijk goede leraar zijn of het ontwikkelen van onderwijsmateriaal.” We moeten volgens Plasterk af van de ijzeren wet dat een leerkracht nagenoeg zijn hele leven lang hetzelfde salaris verdient. “Het haalt niet alleen prikkels weg en werkt afstompend, maar het is ook een voorwaarde om te voorkomen dat mannen weglopen uit het vak. met name in het basisonderwijs werken veel meer vrouwen dan mannen. je zou denken: zorg dan dat meer mannen instromen. De instroom van het aantal mannen is nochtans zo slecht nog niet. Echter, na een jaar of vijf ligt het aantal mannen een stuk lager. Dat komt doordat hun vrienden allemaal meer zijn gaan verdienen en zij amper perspectief hebben. Velen van hen verlaten dan het onderwijs en kiezen voor een sector waarin de fi nanciële perspectieven beter zijn. Als de markt gaat trekken, gaan ze liever werken bij bijvoorbeeld een ICt-bedrijf. Die tendens moeten we een halt toeroepen.”


Toets op pabo

Over het niveau van pabostudenten is de afgelopen jaar veel geschreven en gezegd. Plasterk vindt het goed dat er een toets is aan het einde van het eerste jaar om te zien of rekenen en taal op het gewenste niveau zijn. “Ik ben wel eens bij een bijlesgroepje geweest voor herkansers die het examen de eerste keer niet gehaald hadden en dat was hartverscheurend. Er zaten mensen die dolgraag leraar wilden worden maar niet het vereiste niveau haalden. Dat constateerden ze zelf, met de tranen in de ogen. Dat is hard. toch moeten die mensen niet doorstromen naar het vak, ook al is er een tekort aan leerkrachten, want daarmee schaad je het imago van het vak. Dat staat haaks op wat nodig is. Het niveau van de leerkrachten moet omhoog en als dat gebeurt zal de status van het vak omhoog gaan. Overigens zal zo’n toets aan het einde van het eerste jaar ook een preventieve werking hebben, want mensen weten dat ze die moeten halen om de pabo te kunnen gaan doen.”
Plasterk erkent behoorlijk te zijn geschrokken van de uitkomsten van de commissie Dijsselbloem, die drie jaar geleden constateerde dat de overheid haar kerntaak, namelijk het zeker stellen van deugdelijk onderwijs, had verwaarloosd. “maar de kritiek sneed hout. Daarom hebben we dat rapport gebruikt als uitgangspunt voor ons beleid.”
Dijsselbloem breekt in zijn rapport een lans voor degelijk funderend onderwijs. Plasterk ziet wel wat in deze ‘nieuwe gestrengheid’, zoals hij het noemt. “Ik heb er mezelf ook wel eens op betrapt dat ik mijn zoons ’s avonds vroeg: was het vandaag leuk op school? De vraag zou natuurlijk eigenlijk moeten zijn: wat heb je vandaag op school geleerd? Onderwijs is geen vrijblijvende vorm van dagbesteding, maar gaat over het vergaren van kennis en vaardigheden. Een beetje terug naar vroeger: niet sms’en tijdens de les en geen petten op. Veel docenten willen hun autoriteit in de klas herstellen. Zij verdienen daarbij onze steun.”

* Het document ‘LeerKracht van Nederland, Sterke basis voor de toekomst’ staat op de site van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (www. minocw.nl) onder ‘Onderwijs’ en dan ‘Lerarenbeleid’.


Ronald Plasterk

Ronald Hans Anton Plasterk (Den Haag, 12 april 1957) studeerde biologie aan de Rijksuniversiteit Leiden en behaalde zijn doctoraalexamen cum laude. In 1984 promoveerde hij op een proefschrift over genetisch onderzoek naar de platworm. Hij was onder meer directeur van de onderzoeksschool voor oncologie van het Nederlands Kanker Instituut en hoogleraar in de microbiologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In het kabinet Balkenende IV was Plasterk minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (feb. 2007 - feb. 2010). Ronald Plasterk is getrouwd, heeft twee zonen en woont in Bussum. Zijn hobby’s zijn fotograferen, schilderen, lezen en muziek. Hij zingt jaarlijks in de Matthäus Passion in het Amsterdamse Concertgebouw.


reacties

Pulse Primair Onderwijs

Ontvang gratis Pulse Primair Onderwijs Magazine als directie of bestuur!

Schrijf u in voor de gratis Pulse Primair Onderwijs nieuwsbrief.

Volg Pulse Primair Onderwijs op Twitter.

 
 

 

Privacystatement - Algemene voorwaarden - Copyright - Disclaimer

Tips & Tools

Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
 

 

Stelling van de week

Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
 

Prima school

 

Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl

 

Uitgelicht

 

Nieuw in onderwijs

Nieuw in management