Thema's
Vakgebieden
Mijn school
Wouter Tuyn: ‘Onze leerkrachten zijn meesters in gedifferentieerd onderwijs’
Nederlandse kinderen hebben leerplicht, vanaf de eerste dag van de maand nadat ze vijf zijn geworden tot de dag waarop ze achttien worden. Maar hoe moet je naar school als je ouders kermisexploitant of circusartiest zijn en van stad naar stad reizen? Daar hebben we in Nederland in de jaren vijftig een unieke oplossing voor bedacht: de Rijdende School.
Het aantal kinderen dat bij de Rijdende School is ingeschreven, is zegge en schrijve … nul. Toch heeft de Rijdende School zo’n dertig leerkrachten (ca. 25 fte) in dienst. Die wonen her en der in Nederland en geven basisonderwijs aan kinderen van kermisexploitanten en circusartiesten. Er reizen ongeveer duizend gezinnen en een deel daarvan heeft kinderen.
Bestuurder/directeur Wouter Tuyn van de Rijdende School pakt zijn laptop erbij. Aan de hand van een computerprogramma dat op het kantoor in Geldermalsen zelf is geschreven, legt hij uit hoe het werkt. “Kijk, hier heb je een overzicht van alle kermissen in Nederland in 2010. Op iedere kermis is een aantal staanplaatsen te vergeven. Daar schrijf je je als kermisexploitant op in. Dat betekent dat je een bod doet. Je geeft aan wat het jou waard is om op die kermis te staan, oftewel wat je bereid bent aan staangeld te betalen. Heb je de beste prijs geboden en ben je niet bijvoorbeeld de zoveelste exploitant van bijvoorbeeld botsauto’s, dan mag je komen. Voor iedere kermis moet je je apart inschrijven. De ene keer heb je prijs, de andere keer verlies je. Gevolg: de ene week sta je hier, de andere week daar. Je gaat kriskras door Nederland en soms zelfs naar het buitenland.”
Uitschuifbaar klaslokaal
In het spoor van de kermisexploitanten reizen hun kinderen mee. Op dat moment bewijst de specifieke software van de Rijdende School zijn waarde. Tuyn: “Kijk, hier heb je een kermis in Noord-Holland. Je
ziet: er zijn twee kinderen van het ene gezin, twee van een ander gezin en nog een kind van een derde gezin. Vijf kinderen die naar school moeten. Kortom: werk aan de winkel voor de Rijdende School.”
Van Geldermalsen vertrekt dan een vrachtauto-met-school naar de bewuste plaats. “We hebben ze in verschillende formaten. We hebben vijftien grote scholen, drie minischolen en drie lesbussen. Een rijdende school is maatwerk. We kopen een casco en bouwen de school vervolgens zelf verder op, met wanden, kastruimte, een meterkast, een toilet, airco, verwarming, een beamer, bekabeling enzovoorts. De grote scholen zijn uitschuifbaar. Met een druk op de knop wordt het klaslokaal twee keer zo breed. De school wordt nabij de salonwagens van de kermisexploitanten geplaatst en een leerkracht van ons geeft de kinderen vervolgens les.”
Flexibel
Tuyn omschrijft het als een klusprogramma op tv. Zo verteld lijkt het allemaal zo eenvoudig. De praktijk is echter altijd weerbarstiger dan de theorie. Zo staan alle kinderen ingeschreven op een winterschool: de school waar ze naartoe gaan als er geen kermissen of circussen zijn. Sommige hanteren een specifiek pedagogisch principe zoals Dalton of Montessori en verder gebruikt de ene school methode A en de andere school methode B. Tuyn: “De systematiek van de winterschool is voor ons bepalend; daar sluiten wij bij aan. Dat betekent dat onze leerkrachten vertrouwd moeten zijn met de verschillende pedagogische programma’s en de diverse lesmethoden. Daarnaast vereist dit werk veel flexibiliteit. ’s Ochtends denk je als leerkracht nog dat je de dag erop naar Amsterdam moet, ’s middags blijkt dat het Maastricht wordt. Andere eisen zijn dat je gelijktijdig les kunt geven aan kinderen uit verschillende groepen, dat je snel kunt inschatten wat voor een type kind je tegenover je hebt en vlot in de gaten hebt wat voor dat specifieke kind beter werkt: een strenge aanpak of een aai over de bol. Verder moet je natuurlijk weten hoe het kind ervoor staat, maar dat kunnen we zien in ons systeem. DMT, AVI, spelling, rekenen, Cito: we registreren het allemaal. Onze resultaten zijn ook in orde. De kinderen scoren ongeveer op het gemiddelde landelijke Cito-niveau. Daar moet ik eerlijkheidshalve bij aantekenen dat het een co-productie is met de winterschool en dat hun aandeel in het basisonderwijs van onze doelgroep nog iets groter kan zijn dan dat van ons.”
Er wordt in het basisonderwijs veel gesproken over en gehamerd op gedifferentieerd onderwijs. Tuyn: “Ik zeg je: nergens wordt in zo’n hoge mate gedifferentieerd onderwijs geboden als op de Rijdende School. Wat onze leerkrachten kunnen en doen, is bewonderenswaardig. Ze geven zelfs anderstalige kinderen les! In zekere zin is het vak van leerkracht bij de Rijdende School een solitair bestaan. Je hebt geen collega’s waarmee je overdag een praatje kunt maken, je brengt de pauze in je eentje door en er is weinig gelegenheid tot collegiale consultatie. Iedereen heeft echter een mobiele telefoon met oneindig beltegoed, zodat ze elkaar altijd kunnen bellen. Ook op andere manieren doen we ons best om de band sterk te houden. Zo grijpen we elke reden voor een feestje aan om de mensen naar Geldermalsen te halen. In de winter komen we hier eens per twee weken samen, in de zomer eens per zes weken. Vergaderingen leid ik bewust niet al te strak. Ik wil onze leerkrachten de ruimte geven om met elkaar ervaringen uit te wisselen.”
School@home
Soms is het plaatsen van een rijdende school niet haalbaar, bijvoorbeeld omdat het om slechts één kind gaat – vaak gaat het dan om een kind dat steeds op een kleine kermis is – of omdat het bewuste gezin in het buitenland aan het werk is. In dat geval biedt ‘School@home’ uitkomst. Tuyn: “School@home is een door ons ontwikkelde methode om via internet les te geven aan kinderen. De kinderen krijgen van ons een laptop en loggen daarmee in op ons systeem. Een leerkracht hier in Geldermalsen begeleidt hen dan die dag: maximaal zeven kinderen tegelijkertijd. De kinderen melden zich om negen uur ’s ochtends. Doen ze dat niet, dan klimmen we meteen in de telefoon. Ze werken dan tot half elf. Dan is er een kwartier pauze voor de kinderen en de leerkracht. Daarna gaan ze door tot half een. ’s Middags maken de kinderen huiswerk en bereidt de leerkracht de lessen voor de kinderen die hij dag daarna via internet begeleidt.” Typevaardigheid is een pre, maar er zijn ook andere mogelijkheden, aldus Tuyn. “Kinderen die niet kunnen typen, kunnen hun antwoorden opschrijven. Dat vel papier gaat in de scanner die bij de laptop zit. Het bestand wordt met een druk op de knop verstuurd, waarna de leerkracht het werk kan beoordelen. Verder zitten in het systeem communicatiefunctionaliteiten zoals chatten en een webcam. De leerkracht en de leerlingen kunnen dus heel direct met elkaar communiceren. Het is een waardevolle aanvulling op onze dienstverlening, al blijf ik erbij dat persoonlijk onderwijs beter is. Je kunt de mens niet vervangen.”
Circus: leerkracht reist mee
De vraag dringt zich op of er relevante verschillen zijn tussen kinderen van kermisexploitanten en van circusartiesten. Tuyn: “Ja, die zijn er, afgezien van het feit dat een kermisexploitant een handelaar is en iemand die in het circus werkt een artiest is die het van zijn eigen lichaam moet hebben. Grootste verschil voor ons is dat de groep kinderen van een circus in principe bij elkaar blijft. Ze reizen als geheel van de ene plaats naar de andere. Die kinderen kennen elkaar dus ook en zitten steeds bij elkaar in de klas. Soms hebben die ook voortdurend dezelfde leerkracht. Er is bijvoorbeeld een circus waarbij een leerkracht van ons meereist. Een circus is voor ons qua planning geen probleem. Bij een kermis is dat anders: de groep kinderen wisselt dan steeds van samenstelling. Eigenlijk is de enige overeenkomst tussen beide groepen dat ze allebei reizen.”
Als de kinderen eenmaal hun basisschool hebben afgemaakt, wacht de middelbare school. Wat dan? Tuyn: “Dan moeten ze naar een vaste school en ‘achterblijven’, zoals ze dat noemen. Dat betekent dat ze gaan inwonen bij familie of vrienden of gaan wonen in een tehuis of internaat. Ze zien hun ouders dan in principe alleen in de weekeinden en de vakanties. In principe moeten ze doorleren tot hun achttiende, want ook zij moeten een startkwalificatie halen. Daar is niet ieder kind uit onze doelgroep trouwens blij mee. Deze jongeren hebben geleerd de handen uit de mouwen te steken. Ze willen geld verdienen en zijn bereid hard te werken. Je ziet het ook aan de ouders: als de kermis in de winter stilligt, trekken ze erop uit met een oliebollenkraam. Stilzitten zit niet in hun aard; het zijn ondernemers pur sang. Het is ook een onzeker en soms een hard bestaan. Een reuzenrad bijvoorbeeld kost al gauw een miljoen euro en met het staangeld op een grote kermis is al snel 20.000 euro gemoeid. Als het dan slecht weer is en je gaat voor 5.000 euro het schip in, ben je niet blij. De investeringen en de onzekerheid zijn groot en het is echt hard werken. De mensen die op de kermis of in het circus hun brood verdienen, verdienen groot respect.”
Pulse Primair Onderwijs
Tips & Tools
Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
Stelling van de week
Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
Prima school
Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl
Uitgelicht
|
Nieuw in onderwijs |
Nieuw in management |

reacties
Helma Schouten (2010-04-22 12:32:49)
Interessant artkel, geeft goed kijkje achter deschermen. Respect voor leerkrachten die dit werk doen en de kinderen ! Helma
Helma Haggenburg (2010-04-25 20:17:45)
Dat is nog eens onderwijs op maat in optima forma: chapeau voor deze meer dan flexibele en o zo noodzakelijke leerkrachten!