Mijn school

Hans van Breukelen: ‘Motiveren is uit den boze’

Hij is geboren in Utrecht op 4 oktober 1956. Hij speelde als keeper negentien jaar professioneel voetbal bij FC Utrecht, Nottingham Forest en PSV en behaalde daarmee grote successen. Hij kwam maar liefst 73 keer uit voor het Nederlands Elftal, met als hoogtepunt het Europees Kampioenschap in 1988. Hans van Breukelen is opgeleid als onderwijzer en stond als zodanig vier jaar voor de klas. Tegenwoordig is Van Breukelen een veelgevraagd spreker. Hij is er ‘heilig van overtuigd’ dat succes maakbaar is, dat de mens de bepalende factor is, dat de rol van de coach daarbij van eminent belang is, dat je alleen met een positieve instelling resultaat boekt, dat een ‘echt en hecht’ team wonderen kan verrichten en dat ‘mensen wel willen veranderen, maar niet veranderd willen worden.’ Inspireren en stimuleren vindt hij prima, motiveren is taboe. Een interview over het onderwijs als lerende organisatie, over geluk in het leven, over winnaarsmentaliteit en over zijn grote voorbeeld.

 

Je bent een veelgevraagd spreker, zowel in de profit- als de nonprofitsector. Ben je een motivatiecoach?
Ik doe aan instellingsmanagement. Dat is een niet bestaand woord, maar het heeft alles te maken met hoe je meer uit jezelf en uit anderen haalt. Nee, een motivatiecoach ben ik zeker niet. Leiders van scholen, maar natuurlijk ook alle andere managers, moeten per direct stoppen met het motiveren van mensen. Motiveren betekent dat je iedere dag bezig bent andere mensen zo gek te krijgen dat ze doen wat jij zegt. Stop daarmee. Dan word je een soort Hans Kazan die iedere dag een trukendoos opentrekt. Als je mensen echt in beweging wilt brengen, dan moet je zorgen dat het vanuit de mensen zelf komt.

 

Maar hoe zorg je ervoor dat alle neuzen dezelfde kant op staan?
Door samen goede afspraken te maken. Maar ook nu weer geldt dat je het de mensen, in dit geval de leerkrachten, zelf moet laten zeggen. Wat willen we met elkaar bereiken om de ambities van de leerlingen te realiseren? Welke weg bewandelen we daarvoor? Hoe gaan we met elkaar en met de kinderen om? Kinderen vragen om structuur en duidelijke kaders. Die moet je niet per klas geven, maar als school. Die moet je totaal voelen. Maak duidelijke afspraken over petjes dragen in de klas, kauwgom eten, huiswerk maken, noem maar op. Ook naar de ouders toe moet je duidelijk zijn: zo gaan we hier op school met elkaar om. Regels moeten mensen de vrijheid geven, ze moeten niet als juk ervaren worden, dan heb je een probleem.

 

Je hebt zelf vier jaar voor de klas gestaan. Hoe kijk je terug op die tijd?
Ik had twee vijftigpluscollega’s. Eén heeft wel eens tegen mij gezegd: ‘Hans, ik ben blij als ik over een paar jaar kan stoppen, ik vind er niks meer aan. Als de leerlingen binnenkomen dan krijg ik dat gevoel van, o jee, daar heb je ze weer.’ Maar die andere oudere collega stond nog met een geweldige drive voor de klas. Hij genoot zichtbaar van het feit dat hij iedere dag nog met die kinderen bezig kon én mocht zijn. Die collega die het helemaal niet meer zag zitten, is nooit bij die andere energieke collega op bezoek gegaan. Dat is jammer, want je kunt zoveel van elkaar leren. De goede dingen moet je delen. Het lijkt er soms op dat we meer tegenover elkaar staan, dan dat we met elkaar doen. Het is van eminent belang dat mensen die op school actief zijn een hecht team met elkaar vormen. Dat zou het werk voor hen een stuk makkelijker maken. Je moet elkaar steunen, door dik en dun. Als je samen ergens voor staat, dan kun je er ook samen voor gaan.

 

Je moet dus heel duidelijke afspraken maken. Hoe doe je dat?
We moeten beter communiceren, beter luisteren en vooral aan elkaar vragen of we het goed begrepen hebben. In mijn presentaties vraag ik wel eens of ze een bal willen tekenen. De een tekent een voetbal, de ander een golfbal, tennisbal, korfbal, volleybal, een bal gehakt of een bepaalde persoon. Maar ik ga ervan uit dat we allemaal dezelfde bal voor ogen hebben, in woord, beeld en gevoel. Zet dat eens af tegen het woord respect, dan weet je op voorhand dat het op een Babylonische spraakverwarring uitloopt. Dan begrijp je er met z’n allen toch helemaal niets meer van? Geef elkaar de ruimte om elkaar te leren kennen. Daar kan een schoolleider een belangrijke rol in spelen.

 

Mensen willen wel veranderen, maar willen niet veranderd worden, schrijf je op je site. Wat bedoel je daarmee?
Precies wat ik zeg. Als je topdown beslissingen neemt, dan roep je alleen maar weerstand op. We willen alleen veranderen als we er zelf profijt van hebben. Guus Hiddink kan dat als geen ander. Hij vraagt dan aan zijn spelers wat ze willen bereiken. In de voetbalsport is dat vrij simpel. Zeker als je op het hoogste niveau acteert, dan wil je kampioen worden, de beker winnen of eventueel de championsleague. Zijn volgende vraag is dan: ‘En hoe denken jullie dat te gaan doen?’ Hij laat het de voetbalprofessionals zelf zeggen, zo creëer je maximale betrokkenheid en draagvlak. Dat vergroot de kans op een succesvolle verandering aanzienlijk. Topdown werkt het niet, dat is een kansloze missie. Dan doet iedereen zijn kunstje. Teamwork moet het zijn. Alleen een echt en hecht team geeft je energie, biedt je mogelijkheden. Daar kun je met je vragen en je twijfels terecht, mag je je kwetsbaarheid tonen. Zo willen mensen met elkaar omgaan.

 

Je zegt topdown werkt niet, toch dicht je de directeur of leidinggevende een belangrijke rol toe. Is dat niet in tegenspraak met elkaar?
Ik zal het je sterker vertellen, ik geloof dat het resultaat van een organisatie voor meer dan zestig procent bepaald wordt door de leidinggevende. Zowel in positieve als negatieve zin. In het boek van Jim Collins, Good to Great, onderscheidt hij drie aspecten van leiderschap: ondernemer zijn (visie uitdragen), manager zijn (processen structureren) en coach zijn (houding en gedrag beïnvloeden). Dat doe je met je hoofd, je hart en door dingen te doen. De ene keer moet je een beetje trekken, de andere keer moet je een beetje duwen. Maar dat is nogal wat. Wie heeft dat allemaal in zich? Iedere schoolleider moet zich afvragen of hij zich hierin herkent en of hij er happy mee is. Ik kom heel goede schoolleiders tegen, maar ik tref ook onderwijsmanagers die tegen me zeggen: ‘Toen ik vroeger voor de klas stond was ik eigenlijk gelukkiger.’ Als ik zoiets hoor dan denk en zeg ik: ‘Waarom ga je dan niet terug naar de klas?’ Status en inkomen zijn dan de hobbels die genomen moeten worden. Een goede leerkracht is nog geen goede directeur. Een topvoetballer is ook niet per definitie een topcoach, een topverkoper hoeft geen goede salesmanager te zijn. Het is goed als je die stap mag maken, maar dan moet je daarvoor wel over de juiste competenties beschikken en je moet je afvragen of die functie wel bij je past. Ik vind dat mensen veel meer naar hun hart moeten luisteren. Of in onderwijsjargon: ga voor jezelf uit van de acht of de negen en focus je niet op die vier of vijf. In die acht of negen schuilt het talent van mensen. Dan maak je van je werk je hobby en gaat het bijna automatisch. Mensen zeggen wel eens tegen mij: ‘Jij hebt makkelijk praten: jij hebt van je hobby je werk kunnen maken’, maar dan zeg ik: ‘Ik het het soms wel eens als werk ervaren, maar dat waren de minder leuke momenten in mijn voetbalcarrière.’

 

Waarom is het voor de meeste mensen zo moeilijk om hun hart te laten spreken?
Er moet brood op de plank komen, hoor ik vaak. Natuurlijk doet iedereen wel eens dingen die minder leuk zijn, that’s life, maar als je 36 tot 50 uur per week met je werk bezig bent en je hebt het niet naar je zin, dan is het wijs om te besluiten iets te gaan doen wat wel bij je past. Je vergalt toch je leven. Door de jaren heen is dat steeds meer mijn boodschap geworden, zowel naar mijn kinderen als naar de mensen om me heen. Ik probeer te achterhalen wat mensen beweegt, wat hen raakt en positief stemt. We gaan steeds zakelijker met elkaar om, met als gevolg dat we steeds verder van onszelf af komen te staan. Ik zoek de mens achter de manager. Ik kom in non-profitorganisaties en in supercommerciële bedrijven, waar keihard op output wordt gestuurd, maar ook daar ben ik op zoek naar de menselijke factor, het goede gevoel. 99 procent van de mensen die goed in hun vel zitten, presteert ook beter.

 

Welke trainer of coach heeft een grote invloed op jouw carrière gehad?
Han Berger bij FC Utrecht, mijn amateurtrainer Henk Olthof, Rinus Michels en Guus Hiddink. Zij hadden niet alleen oog voor de voetballer Hans van Breukelen, maar ook voor de mens. Die waren oprecht geïnteresseerd in mij en wisten de juiste snaar te raken. Leerkrachten en ouders zeggen vrijwel altijd de goede dingen tegen de kinderen. Toch gaan die goede adviezen het ene oor in en het ander uit. Een goed advies moet aanslaan, moet raken, moet gevoeld worden. Als je dat niveau haalt, dan kan er sprake zijn van een verandering. Ik werk nu aan een boek dat de werktitel ‘Winnen!?’ meegekregen heeft. Er zijn heel veel zeer getalenteerde voetballertjes, maar slechts enkelen slagen erin om de top te halen. Hoe komt dat? Wat is hun geheim? Welke keuzes hebben ze gemaakt? Hoe staan ze in het leven? Wie heeft hen daarbij geholpen? Ik heb al behoorlijk wat internationals geïnterviewd, Cruijff en Rijkaart hoop ik nog te strikken. Medio volgend jaar wil ik het boek laten verschijnen.

 

Welke uitspraak van de geïnterviewden is je bijgebleven?
Dat is toch de uitspraak van Louis van Gaal. Hij heeft elf regels om succesvol te kunnen zijn. Dat lijkt heel erg dogmatisch, maar de laatste regel vindt hij de belangrijkste: de mens staat centraal. We beoordelen mensen op hun functioneren, maar ook hij benadrukt dat je mensen moet beoordelen op hun mens zijn. Dat lijkt zo simpel en eigenlijk is het ook zo simpel. Laat je hart en je gevoel spreken. Ik vind het waanzinnig leuk om met mensen te praten en te werken. Dat geeft mij energie en hopelijk de mensen ook.

 

Wie is je grote voorbeeld?
Dat is mijn vrouw. Zij is helaas vorig jaar overleden, maar zij is een winnares van top tot teen. Zo was ze als lerares zoals ze les heeft gegeven, zo was ze als moeder, als echtgenoot en als vriendin. Ze stond heel positief in het leven en durfde keuzes te maken. Zelfs in de tien maanden dat ze ernstig ziek was, bleef ze alles van de positieve kant bekijken. Ze wist dat het einde naderde, toch bleef ze uitgaan van de zaken die ze wel kon. Het lopen bijvoorbeeld ging op het laatst heel moeilijk, maar fietsen kon ze nog als de beste. Dus zei ze tegen mij: ‘Laten we lekker op de fiets stappen en in deze omgeving genieten van de vele mooie plekjes en de natuur.’ Ze genoot van het moment. Daar was ze een kanjer in. Tot op de dag van vandaag is ze een grote inspiratiebron voor me, maar ook voor de kinderen en de mensen die haar hebben gekend. Zij heeft mij nog meer bewust gemaakt van het feit dat je keuzes kunt maken in het leven om aan de ene kant succesvoller én gelukkiger te zijn. Als je een duidelijk doel hebt, daar een strategie op loslaat en inzet toont, dan is succes maakbaar. Dat idee deel ik graag met andere mensen. Ik ga door in haar kracht.


Pulse Primair Onderwijs

Ontvang gratis Pulse Primair Onderwijs Magazine als directie of bestuur!

Schrijf u in voor de gratis Pulse Primair Onderwijs nieuwsbrief.

Volg Pulse Primair Onderwijs op Twitter.

 
 

 

Privacystatement - Algemene voorwaarden - Copyright - Disclaimer

Tips & Tools

Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
 

 

Stelling van de week

Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
 

Prima school

 

Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl

 

Uitgelicht

 

Nieuw in onderwijs

Nieuw in management