Thema's
Vakgebieden
Mijn school
Kees van Overveld: ‘Wat je vroeg aanpakt, hoef je later niet op te lossen’
Hij voelt zich als een man met een missie. Kees van Overveld, landelijk coördinator van het Expertisecentrum Gedrag van het Seminarium voor Orthopedagogiek (SvO) en docent aan de Hogeschool Utrecht, wil maar één ding. Of liever gezegd: twee. Dat docenten leren hoe ze vreemd gedrag bij leerlingen vroegtijdig kunnen signaleren. En dat ze weten hoe ze het kunnen bijsturen.
“Docenten leggen de nadruk te vaak op verkeerd gedrag. Er is zo ontzettend veel aandacht voor stoornissen, terwijl je onderwijs echt niet beter maakt door vooral te herhalen wat er allemaal mis is en met wie. Je zou juist moeten kijken wat er goed gaat. Dat deel moet je uitvergroten. Klassikaal.”
Hij kijkt er niet alleen bevlogen bij, hij is het ook. Van Overveld wil iets veranderen in het onderwijs. Hij begon zijn carrière na de pabo als docent in het buitengewoon onderwijs. Hij leerde door, deed een Post-HBO Pedagogiek en promoveerde in 2008 aan de Universiteit Utrecht (UU) met een proefschrift over agressie onder jonge jongens. Hij vindt: leraren zijn vaak handelingsverlegen en sturen extreem gedrag niet bij. Een klas wordt onhandelbaar, het werk zwaar en het kind leert slechter.
Wat bedoelt u nu precies met handelingsverlegen?
Daarmee bedoel ik dat docenten te vaak niet weten hoe te handelen. Eigenlijk gaat het in ons leersysteem al vroeg mis. Docenten weten te weinig van de ontwikkeling van kinderen van nu. Bij een kind van vier dat erg agressief gedrag naar anderen vertoont, zouden alarmbellen moeten gaan rinkelen – dat is normaal gedrag voor peuters en niet voor kleuters. Maar dat weet het grootste deel van de docenten niet. Het valt op wanneer het niet meer goed bij de sturen is. De leeftijd waarop een kind begint te puberen is tien. Als je voor die tijd dat agressief gedrag niet bijstuurt, ben je eigenlijk te laat.
Is dat niet een taak van de kinderpsycholoog, gedrag analyseren en bijsturen?
Wel als je het hebt over diagnose en medicatie. Dan praat je vooral over kinderen met de bekende stoornissen ADHD en PDD-NOS. Maar er zijn zoveel meer gedragstoornissen waarmee docenten te maken krijgen. Neem nou agressie. Een leraar heeft daar last van, vindt het kind irritant. Hij wil het wel oplossen, maar weet niet hoe.
U wel?
Ik denk dat het kan. Inderdaad door kennis van gedrag te vergroten. En door een positieve houding aan te nemen. Nu is het vaak zo dat een kind met een gedragsprobleem vooral het probleem is. Leraren zeggen tegen elkaar: ‘oh, die Piet is zo vervelend’. Dan denkt de volgende leraar al: Oh, die krijg ik volgend jaar. Ontzettend demotiverend.
Je zegt dat je als school verder komt als je aandacht hebt voor de motieven van het kind. Maar overvraag je docenten zo niet? Hebben zij niet al genoeg aan hun hoofd?
Het vergt wat extra inspanning, maar het is evident dat leraren zich verdiepen. En je hoeft niet àlles te weten. Het zou mooi zijn wanneer in een team verschillende docenten zich specialiseren in verschillende onderwerpen. Dat er onderzoeksgroepen binnen teams ontstaan, er docenten gaan registreren hoe vaak een incident plaatsvindt en hoe zij er zelf op reageren. Het probleem is nu dat er teveel leraren zijn die fantastisch rekenen en taal doceren. Maar van gedragspatronen weten ze te weinig, dus komt het niet eens altijd over.
Maar op de pabo heeft driekwart van de studenten moeite met de rekentoets…
Dat klopt. Gelukkig wordt op de pabo veel tijd vrijgemaakt voor bijscholing, al vind ik dat ook hier het roer om moet. Studenten krijgen nog les op het niveau van Freud en Piaget terwijl er de laatste twintig jaar op het gebied van ontwikkelingspsychologie zoveel meer ontdekt is. Dat is wat ik wil zeggen, aan zowel docent als student. Houd je vak bij.
Hoe moeten zij dat doen?
Op de Universiteit leerde ik pas hoeveel kennis er eigenlijk is – en hoe elementair die kennis is. Het nadeel is: leraren en studenten in het Nederlandse onderwijs kunnen er maar moeilijk aankomen. De helft is ontoegankelijk geschreven en in het Engels.
Maar een beetje docent moet toch een verhaal in het Engels kunnen lezen?
Dat klopt, maar het is wel fijn als het een beetje goed gepresenteerd wordt. Wat dat betreft moeten docenten de vakbladen ook bijhouden. En het Nederlands Jeugdinstituut heeft ook een goede databank beschikbaar (www.nij.nl, red.).
De oplossing ligt dus in kennis?
Ja, maar ook in de benadering van het gedrag van kinderen moet iets veranderen. Een nieuwe methode daarvoor is Sociaal Emotioneel Leren (SEL, zie kader), een onderwijsvisie die is overgewaaid uit Amerika. Ik kwam SEL tegen tijdens mijn studie en ben ervan overtuigd dat het ook hier kan werken. Het is een ontwikkelingsproces waarmee je kinderen vaardigheden aanleert. Als je kinderen bewust maakt van de klas en de rol die zij erin hebben, passen ze zich aan en gaan ze zich ook beter gedragen. Als docenten leren werken met die gedachte en de kennis van gedrag en ontwikkeling vergroten, kunnen meer kinderen van het speciaal onderwijs instromen in het regulier onderwijs. ”
Deze zomer ontketende schooldirecteur Dronkers een discussie over het segmentiseren van onderwijs. Hij veronderstelde na onderzoek onder allochtone en autochtone kinderen dat klassen mogelijk beter functioneren als de groepen homogener zijn. Hoe denkt u over de stelling: sterke leerlingen in een andere klas of andere school dan zwakke leerlingen?
Buiten de discussie allochtoon en autochtoon: ik vind juist dat veel kinderen uit het speciaal onderwijs naar het gewoon onderwijs kunnen. Als je docenten maar leert hoe ze ermee om moeten gaan, hoe ze gedrag kunnen verbeteren. Voor bepaalde groepen, zoals meervoudig gehandicapten, blijft speciaal onderwijs nodig. Maar het hele onderwijs indelen in groepen van zwak tot sterk vind ik niet heilzaam. Dronkers insinueert ook klassenverkleining, dat is in praktijk helemaal niet werkzaam gebleken.
Hoe moet het volgens u?
Laten we beginnen met eerst goed onderwijs maken. Dat positivisme terugbrengen. Kijken naar wat er goed gaat en daarvan profiteren. En dan pas de tweede laag aanpakken: wat gaat er fout en hoe los ik dat op? Daarnaast moeten we zorgen voor een goede basiskennis.
Het invoeren van SEL kost tijd en gaat dus ten koste van bestaande leerprogramma’s.
Hoe scholen dat implementeren is aan hen. Het kan in een uurtje per week. En de wet verplicht scholen ook aandacht te hebben voor de sociale vaardigheden van hun leerlingen.
Het klinkt prachtig, dit scenario. Een wijze docent die laat zien dat hij de klas kan controleren – en tegelijkertijd plezier heeft in zijn werk. Rustige kinderen die zich veilig voelen, goed kunnen leren en nadenken over zichzelf en de verschillen en overeenkomsten met hun leeftijdsgenoten.
Op een basisschool zullen de jongste groepen het principe snel oppakken. Oudere groepen moeten er enorm aan wennen, dat anders omgaan met elkaar. Maar stuur je kinderen niet tijdig bij in hun gedrag, dan is de kans groter dat zij later ook vreemd gedrag te vertonen. Alleen al aan criminaliteit zijn we twintig miljard per jaar kwijt. Een programma als SEL kan preventief werken en kost zeven euro per leerling per jaar. Het is het gewoon waard.
SEL staat voor Sociaal Emotioneel Leren. Dit principe is ontwikkeld in Amerika en biedt een kader voor schoolverbetering. De grondgedachte is dat scholen systematisch, door de hele school heen, werken aan vijf kerncompetenties:
-
Besef hebben van jezelf (inschatten en vertalen van eigen gevoelens, waarde en kracht).
-
Besef hebben van anderen (empathie, perspectief en verschil tussen groep en individu).
-
Keuzen kunnen maken (denken voor je doet, verantwoordelijkheidsgevoel).
-
Zelfregulatie (impulscontrole, doelgericht gedrag).
-
Relaties kunnen hanteren (sociale druk weerstaan, conflicthandelingen).
De werkzaamheid van de methode is door middel van een review getest. 317 bestaande studies (waarbinnen een totaal van 324.000 kinderen) werden nauwkeurig geanalyseerd. Dit onderzoek wees uit dat de methode verschil maakt: de kinderen gedroegen zich onder meer beter. Een neveneffect: de cognitieve resultaten verbeterden. De kinderen scoorden hoger op de reken- en taaltests.
Wie is: Kees van Overveld
Van Overveld werd geboren op 16 januari 1963 in Alblasserdam. In de jaren ’80 en ’90 behaalt hij zijn diploma voor buitengewoon onderwijs, akte Pedagogiek MO-A, Post-HBO getuigschrift leraar voortgezet onderwijs en Pedagogiek. In 2008 promoveert hij aan de universiteit Utrecht. Van Overveld is staflid van het SvO en sinds 1994 verbonden aan het seminarium voor orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht (HU). Hij is daarbij hoofddocent van de masteropleiding Pedagogiek en gedragskunde.
Pulse Primair Onderwijs
Tips & Tools
Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
Stelling van de week
Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
Prima school
Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl
Uitgelicht
|
Nieuw in onderwijs |
Nieuw in management |
