Thema's
Vakgebieden
Mijn school
Jan Siebelink: ‘Er moet magie zijn tussen leraar en leerling’
Romanschrijver Jan Siebelink was werkzaam als leraar, totdat hij het schrijversvak ontdekte. In de zeven jaar dat de romancier lesgaf, profileerde hij zich als een gepassioneerd en eigenzinnig onderwijzer.
Waarom koos u ervoor onderwijzer te worden?
Het was de beste keuze. Toen ik op school zat, keek ik enorm tegen de leraar op: als je leraar was, dan was je echt iets. Maar een jongen uit mijn milieu hoorde het niet te worden. Toen ik op school zat, had je een ander systeem. De kinderen van artsen en mensen die veel geld verdienden zaten vooraan. Die gingen naar Arnhem, naar de middelbare en hogere school. Dat stond gewoon vast. De rij in het midden – waar ik zat – was bestemd voor de ulo. In de rij tegen de kastwand zaten de armere kinderen. Die kregen de laagste vorm. Dat systeem is snel erna opgeheven. Het was grievend.
Uw vader was bloemist, was het de bedoeling dat u zijn vak zou voortzetten?
Het was in ieder geval niet de bedoeling dat ik hoog werd opgeleid. Ik was een timide en bescheiden jongetje maar wilde wel verder leren, was ambitieus. Ik ging stapelen. Na de ulo kon ik door naar de pabo, ik haalde mijn akte Frans en MO-A en MO-B, zodat ik kon lesgeven. Daarna ben ik nog naar Leiden gegaan voor een doctoraalstudie en ben ik bijna gepromoveerd. Maar toen kwam het schrijven.
Dat was belangrijker dan studeren?
Ja, omdat ik voelde dat wat ik mee had meegemaakt verteld moest worden. Omdat ik mijn jeugd op deze manier zelf kon vormgeven, bood het troost.
Vond u het leuk, lesgeven?
Jazeker. Ik was rond de twintig toen ik mijn eerste baan kreeg, op een schooltje in Laag Soeren. Ik viel in voor een juffrouw die ziek was en kreeg meteen de leiding over de klassen één, twee en drie. We zaten in één kleine ruimte, met van die hoge ramen. De school had maar twee lokalen, in het andere zat het hoofd met klas vier tot zes. Al met al duurde dat maar een paar maanden, maar het was heel bijzonder.
Waarom?
Het was de volmaakte vorm van gedifferentieerd onderwijs. Al die niveauverschillen, ik leerde kinderen uit groep één de beginselen van taal en rekenen en schakelde vervolgens over naar de vaardigheden voor de hogere groepen. Het feit alleen al dat de leerlingen leerden zelfstandig bezig te zijn. Ik vertelde aan de ene groep terwijl de andere groep zelfstandig werkte. Het was een klassikaal verbond.
Werkt dat, zoveel verschil in één groep?
Ja. Ik ben voor differentiatie. Later kreeg je ook de ongedeelde brugklas, met alle niveaus bij elkaar. Prima, het samengaan van verschillen maakt dat je samen leert. Maar natuurlijk heb je daar wel een goede onderwijzer voor nodig, één die met passie en hartstocht de klas kan leiden en onderwijzen. De docent is diegene die moet vertellen, die moet aanleren, die zich volledig moet inzetten voor de leerlingen. Ikzelf had dat. Dat brengt wel emoties mee. Ik verdroeg het niet als iemand lastig werd.
Hoe reageerde u dan op lastige leerlingen?
Ik kon ontzettend kwaad worden als iemand het bijvoorbeeld in zijn hoofd haalden om in zijn tas te rommelen terwijl ik aan het praten was, of een tentamen verziekte.
Geen ongewoon gedrag voor kinderen
Maar ik accepteerde dat niet. Ik gaf aan die jongens – het waren vaak jongens – ook les buiten school om. Ik kon er echt niet tegen als ik dan bij het tentamen merkte dat ze helemaal niets gelezen of gedaan hadden. Ik werd dan woest, zei dan meteen: donder maar op, jij hebt een één. Ik had een goede band met mijn leerlingen en voelde het denk ik als een soort bedrog. Dat ik me had ingezet en zij niets deden... nee.
Een van uw leefregels is dat er magie moet zijn
En dat geldt zeker voor het onderwijs. Er moet magie ontstaan tussen leraar en leerling, vergelijkbaar met de magie tussen schrijver en lezer. Er moet iets ontstaan waardoor een lezer geïnteresseerd raakt in die vrouw of man die ik beschrijf. Dat geldt voor een klas ook, je moet als leraar een soort tovenaar zijn die zorgt dat de leerlingen geboeid en betoverd raken.
Hoe doe je dat, leerlingen betoveren?
Alle kinderen zijn in wezen leergierig en voelen aan hoe een docent is. Je moet als docent kijken waarop ze reageren. Klassikaal lesgeven en vertellen over de wereld. Ga eens met ze naar de bibliotheek. Leer ze wat ze moeten lezen. Wij hadden een flinke boekenlijst. Ik kom leerlingen van toen nog vaak tegen. Zij zijn nu vaak getrouwd, hebben een baan, maar hebben het dan nog over die literatuurlijst en de lessen van toen.
Waarom zijn die zo memorabel?
Ik zei bijvoorbeeld tegen een meisje: lees jij nou eens Madame de Bovary, dat is echt iets voor jou. En dan was dat ook zo. Kijk, er zullen altijd lieden zijn die lezen, maar er is altijd iemand nodig die doceert, die aanwijst en aanleert. Als je niet weet waarin je moet zoeken, zoek je er niet naar. Zo is het met lezen, maar ook met het onderwijs.
Hoe bedoelt u dat?
Ik bedoel dat een docent de aanwijzer is. Ik ben echt tegen dat minimalistische. Geen leerling die nu nog van Voltaire heeft gehoord, terwijl het een prachtig verhaal is dat nog weinig aan kracht verloren heeft. In essentie verandert er namelijk niets. Ook nu is het zinvol om te praten over haat en jaloezie tussen leerlingen. Ik deed dat en las het klassikaal, besprak het. En ik eiste van mijn leerlingen dat ze me vertelden over hun eigen bevindingen.
In hoeverre lijkt u op Marc Cordesius, die in uw boek Suezkade een natuurtalent in lesgeven bleek?
Nou, Cordesius gaat dood dus erg autobiografisch is het niet. Maar in het boek komen wel elementen terug. Cordesius heeft net zoals ik een eigen lokaal dat hij zelf inricht. Ik deed dat als docent Frans ook, zat op het terrein in een eigen lokaal. Mijn zoon heeft er zelfs nog muurschilderingen gemaakt.
Gezellig
Heel gezellig. Ik was wel de enige leraar die weigerde te wisselen, ik had alles wat ik nodig had daar. Ook de boeken. De leerlingen kwamen naar mij toe. Eigenlijk had ik een soort status aparte, ik was het Bonaire van het onderwijs.
U had een eigen eiland?
Maar daar was niet iedereen het mee eens hoor. Ik kwam op een gegeven moment ook niet meer in de lerarenkamer.
Ruzie?
Laten we het erop houden dat er een conflict was tussen mij en de school. De rector was het niet eens met mijn manieren, maar moest het toelaten. Er was geen reden mij te ontslaan. Mijn scores op de eindtesten waren heel goed.
Hoe komt u toch van dat timide jongetje naar die recalcitrante docent?
Ik ging mijn stekels opzetten. Naarmate ik verder kwam in mijn opleiding en het onderwijs zag ik teveel dingen waar ik het niet mee eens was. Die vergadercultuur bijvoorbeeld. Totale onzinnigheid. Waren we drie weken bezig, moesten we weer twee dagen tot vijf uur vergaderen.
Hoe moet het dan wel?
Terug naar het oude systeem. Dat zie je langzaam al gebeuren. Van mijn part gooien ze die hele managementlaag eruit. Onderwijsmanagers in mooie pakken zijn echt volslagen onzin. Op school horen docenten en een conrector. Die moet zelf ook lesgeven, minimaal twee uur in de week. Dan is die band met de leerlingen er tenminste. Een rector die alleen om economische redenen rector is, is ridicuul. Scholen mogen kleiner, zodat leerlingen zich weer thuis voelen. En de macht moet terug naar de docent. Als hij lesgeeft gaat de deur dicht. Bam. Komt niemand meer in. Het lokaal is heilig, daar moet niet zomaar iedereen naar binnen lopen.
Dat is nogal wat
Ja hè? Ik snap ook niet dat ze mij niet hebben gepolst om minister van Onderwijs te worden. Maar goed, misschien ben ik maar een oude man die terugkijkt.
Pulse Primair Onderwijs
Tips & Tools
Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
Stelling van de week
Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
Prima school
Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl
Uitgelicht
|
Nieuw in onderwijs |
Nieuw in management |

reacties