Thema's
Vakgebieden
Mijn school
RVKO wil talent herkennen én erkennen
De elfjarige Richard Wellens is geen doorsnee leerling. Hij is slim, heel slim zelfs. Zijn reken- en taalwerk heeft hij in een mum van tijd af. Dus blijft er tijd over voor uitdagende zaken. Zoals het ontwikkelen van de auto van de toekomst. Richard zit op de dr. Schaepmanschool in Barendrecht. Gewoon in een reguliere klas. En niet – zoals tegenwoordig vaak het geval is – in een aparte klas met allemaal bollebozen.
Sinds augustus 2008 is binnen de Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs (RVKO), waarbij 54 basisscholen zijn aangesloten, de werkgroep Talent actief. Deze werkgroep kreeg van het bestuur de opdracht te onderzoeken hoe op de aangesloten scholen het best met begaafde leerlingen om kan worden gegaan. Is het wenselijk om een aparte school met begaafde leerlingen te creëren of gaat de voorkeur uit naar opvang in de eigen groep?
Uit de gesprekken die daarop volgden, kwamen vier ‘mogelijke’ modellen naar voren. In model 1 is er sprake van differentiatie binnen de groep. Door de standaard leerstof compact te maken, ontstaat er voor de groep begaafden ruimte voor extra werk.
In model 2 is er sprake van een plusgroep. De (hoog)begaafden zitten dan nog wel in de eigen groep, maar over de groepen heen worden aparte plusgroepen geformeerd. Gedurende enkele uren of dagdelen worden de slimme leerlingen in deze plusgroepen met extra uitdagende opdrachten geconfronteerd. Zo worden ze niet alleen cognitief extra uitgedaagd, is de gedachte, maar ervaren ze ook elkaars sociaal-emotionele verbondenheid en kunnen ze onomwonden elkaars taal spreken. Er zijn plusgroepen voor onderbouwleerlingen en plusgroepen voor bovenbouwleerlingen.
In model 3 worden alle zorgleerlingen integraal opgevangen, zowel de minder-begaafden als de begaafden. Het onderwijs wordt in deze situatie volledig afgestemd op de individuele behoeften en het niveau van het kind. De kinderen werken met compleet eigen weekplannen. Model 4 staat voor volledige opvang in een aparte klas met alleen begaafden (het Leonardo-model).
Voorkeur
De RVKO heeft er nadrukkelijk voor gekozen om alleen de modellen 1, 2 en 3 in te voeren. Rien van den Heuvel is directeur van de dr. Schaepmanschool in Barendrecht en actief lid van de werkgroep. Zijn jenaplanschool werkt volgens de integrale methode (model 3). “Opvang binnen de reguliere groep heeft onze voorkeur. We denken dat zowel de slimme als de minder slimme kinderen hierbij gebaat zijn. De minder slimme kinderen kunnen heel veel opsteken van de slimme en de slimmeriken hebben voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling de normaal-begaafden hard nodig. Toen we met de slimme kinderen gingen praten over wat ze nu echt wilden, vertelden ze dat ze niet anders gevonden wilden worden. Eén maakte zelfs altijd expres fouten in een toets, anders had hij wéér een tien. Een ander wilde liever niet in een kringgesprek vertellen wat hij in het weekeinde gedaan had. De meester moest zijn verhaal vol moeilijke woorden altijd versimpelen, anders begrepen de andere kinderen het niet.”
Hoewel de slimme kinderen volgens Van den Heuvel de krenten in de pap zijn, is een goede begeleiding van deze kinderen niet zo eenvoudig. “Nee, makkelijk is dat zeker niet, want het zorgt wel voor veel extra werk. Een hoogbegaafd kind in de klas verveelt zich nogal snel. Met zoiets als een stapel extra rekensommen geven, is dat niet opgelost. Dan gaan ze zich nog meer vervelen.”
De scholenvereniging heeft fors geïnvesteerd in nieuw lesmateriaal voor de bollebozen. Een dure grap, want het gaat op de RVKO-scholen al gauw om zeshonderd kinderen die baat hebben bij de nieuwe manier van werken. Door op schoolniveau intensief samen te werken, tracht men de kosten in de hand te houden. Van den Heuvel: “Op de gezamenlijke bijeenkomsten krijgen alle scholen tal van mogelijkheden en materialen aangereikt, maar uiteindelijk bepalen de scholen toch zelf hoe ze de begeleiding aan hoogbegaafden vorm geven of de stof in het lesprogramma integreren.”
De Albert Schweitzer, de Tarcisius en de Wingerd werken ieder met een variant van een combinatie van model 1 en 2. Van den Heuvel geeft voor zijn school, de dr. Schaepmanschool, de voorkeur aan model 3. “We zijn een jenaplanschool en bieden het onderwijs dus al heel individueel aan. Vandaar dat model 3 voor de hand ligt. Maar het vergt zeker veel van de leerkracht. Zonder goed klassenmanagement red je het niet. Alles moet tot in de puntjes gepland zijn, de doelen moeten helder zijn. Hoewel… juist deze kinderen moet je ook durven loslaten. Ook dat moet je leren. Daar besteden we in de na- en bijscholingen heel veel aandacht aan.”
De werkgroep timmert behoorlijk aan de weg. Eenmaal per jaar komen alle IB-ers en directeuren van de RVKO bij elkaar om de laatste inzichten met betrekking tot onderwijs aan begaafden te bespreken. In maart staat de volgende studiebijeenkomst gepland. “Ook dan hebben weer een aantal razend interessante workshops”, weet Van den Heuvel. De werkgroep organiseerde ook een materialenmarkt waar uitgevers en onderwijsbegeleidingsdiensten hun waar aan konden prijzen. Een speciale plaats hadden ze daarbij ingeruimd voor de werkstukken van de begaafde leerlingen. Volgens Van den Heuvel trekt dit veel docenten over de streep. Ook de twee ‘Talent on Tour’-studiedagen werden zeer goed ontvangen. Hierbij gaan de RVKO-leerkrachten in een dag op excursie langs drie scholen die via één van de drie modellen het hoogbegaafdenonderwijs werken.
Klimaat
“Maar de grootste winst die we de afgelopen jaren geboekt hebben”, zegt Van den Heuvel stellig, “is het feit dat binnen de RVKO-scholen een klimaat is ontstaan waarin alle leerlingen op mogen vallen. De een is goed in voetballen. De ander in turnen. Weer een ander kan goed leren en prachtige dingen bedenken. Allemaal moeten ze daar trots op kunnen zijn. Als Daan en Amber op het voetbal- of tennisveld hebben gewonnen, mogen zij de trofee trots tonen aan hun klasgenootjes, maar ook de begaafde Dennis moet alle ruimte en aandacht krijgen om een prachtige presentatie te geven over zijn fascinatie voor vliegen, waarbij de essentie van de aerodynamica best aan de orde mag komen. Daar worden we allemaal wijzer van. Dus ook deze talenten horen in de reguliere groep thuis. Dat is pas echt Passend Onderwijs. Daar hebben we als RVKO unaniem voor gekozen en het werpt ook zijn vruchten af.”
Over de resultaten van de gekozen aanpak maakt Van den Heuvel zich geen zorgen. “Ik denk dat we met elkaar de juiste weg ingeslagen zijn. Het feit dat we bij elkaar in de keuken kunnen kijken, werkt heel inspirerend, daar worden we allemaal sterker van. Maar gelukkig vinden de hoogbegaafde kinderen het ook erg leuk. Een kind uit groep zeven kon vervroegd naar het voorgezet onderwijs, maar hij heeft het laatste jaar zoveel leuke dingen gedaan, dat hij de basisschool eerst wil afmaken. Hij is nu hartstikke trots op wat hij doet en de andere kinderen zijn dat met hem. Met andere woorden: zijn talent wordt door iedereen herkend én erkend. Daardoor krijgt hij meer zelfvrouwen en zit hij lekker in zijn vel. Zo zien we dat graag.”
Van den Heuvel wijst zijn collega’s in achterstandswijken er regelmatig op dat ook zij moeten letten op de slimmerds in de klas. “Die hebben vaak hun handen vol aan de rugzakleerlingen en denken dan: een slim kind, da’s fijn, daar hoef ik geen speciale aandacht aan te besteden. Maar zo werkt het niet. Als die slimme kinderen het goed doen, dan slepen ze ook de kinderen aan de onderkant mee. Nee, alle begaafde kinderen in een aparte groep plaatsen, heeft dus zeker niet mijn voorkeur”, benadrukt Van den Heuvel nogmaals “Dat is de snelle weg, maar wel eentje die erg kort door de bocht is. Zowel het onderwijs als de overgrote meerderheid van de begaafde kinderen zijn hierbij niet gebaat. Je creëert een onnatuurlijke onderwijssituatie. Wij denken hiermee met een duurzame oplossing te komen.”
Pulse Primair Onderwijs
Tips & Tools
Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
Stelling van de week
Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
Prima school
Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl
Uitgelicht
|
Nieuw in onderwijs |
Nieuw in management |

reacties
Brigitte (2011-02-21 09:31:20)
Mooi, samen zorgen voor..!