Mijn school

Raststatte versus bistro

Tafereeltje op een willekeurige zondag, rond een uur of vier. Een familie parkeert de auto’s, de familieleden stappen uit en begroeten elkaar en vervolgens trekt de hele bups richting de horeca-uitspanning. Het jonge grut gilt uitgelaten en trekt een sprintje naar de voordeur. De ouders volgen op enige afstand, hun tempo aanpassend aan de grootouders, waarvan sommigen zich voortbewegen met behulp van een rolstoel of rollator.

 

Je kunt à la carte eten, maar dat doet bijna geen mens. De meute stort zich namelijk en masse op het familiebuffet, vanwege de enorme keuze en de onafzienbare hoeveelheid. En zeker niet vanwege de smaak van het gebodene. Want of je nou vlees verkiest of de voorkeur geeft aan vis, alles smaakt hetzelfde. Kraak noch smaak. U bent vast wel eens – geheel uit eigen vrije wil of min of meer tegen uw zin – te gast geweest in zo’n vreetschuur. Je herkent ze op kilometers afstand. Op het dak staan een paar letters uit het begin van het alfabet of een tropische vogel met een enorme snavel. Pal voor of naast het restaurant ligt een enorm parkeerterrein, want eenmaal volgevreten willen we natuurlijk niet al te ver hoeven te lopen. Op de appelmoes ligt een halve kers. Een hele zal te duur zijn.

 

Ik ben dol op eten, maar van dit soort restaurants moet ik niks hebben. Ik geef de voorkeur aan eigenzinnige, uitgesproken smaken. Doe mij maar een klein restaurant dat ergens voor staat. Hou je niet van nacho’s, guacamole, tortilla’s, fajita’s en burrito’s? Vermijd dan de Mexicaan. Hou je niet van scherp? Dan kun je Indiase en Indonesische restaurants beter links laten liggen. Allergisch voor knoflook? Pas dan op met Grieks eten. Waar ik naartoe wil, is dat een klein restaurant – mits je weet wat je wilt – je niet snel zal teleurstellen.

 

Ook in het onderwijs heb je vreetschuren en bistro’s. In mijn woonplaats bevindt zich een basisschool met meer dan duizend leerlingen. Mij spreekt zo’n onderwijsfabriek niet aan. Is het onderwijs daar dan slechter dan op een kleine school? Niet per se. Het is meer dat de directeur van zo’n grote school volgens mij voortdurend aan het managen is. Daardoor komt hij (of zij) steeds verder af te staan van de alledaagse praktijk.

 

Daarom gaf ik tot voor kort de voorkeur aan een kleine school. Liever een PO-bistro dan een onderwijs-Raststätte. Maar kennelijk vergis ik me. Onlangs werd bekend dat het onderwijs op scholen met minder dan vijftig leerlingen vaak onder de maat is. Kennelijk slagen de leerkrachten op die scholen er onvoldoende in de kinderen op de verschillende niveaus te begeleiden en uit te dagen. Ik vind dat sneu, maar ik kan het me goed voorstellen. Het is alsof aan elk van je vingers een kind zit te trekken. Allemaal willen ze iets van je – en allemaal iets anders. Ik heb een vrouw en twee dochters in de puberleeftijd. Ook zij hebben zo hun verwachtingen van mij en de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik daar niet altijd aan voldoe. Ik voel mee met de leerkrachten op de kleine scholen.

 

Martin van Rooij

 


reacties

Pulse Primair Onderwijs

Ontvang gratis Pulse Primair Onderwijs Magazine als directie of bestuur!

Schrijf u in voor de gratis Pulse Primair Onderwijs nieuwsbrief.

Volg Pulse Primair Onderwijs op Twitter.

 
 

 

Privacystatement - Algemene voorwaarden - Copyright - Disclaimer

Tips & Tools

Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
 

 

Stelling van de week

Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
 

Prima school

 

Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl

 

Uitgelicht

 

Nieuw in onderwijs

Nieuw in management