Mijn school

Alle Scholen in Beweging: werken aan betere taal- of rekenopbrengsten

Charles Kalkhoven: ‘Durf de lat gerust wat hoger te leggen’

 

Is bij u de taal- of rekenbus al komen voorrijden? Kent u de inhoud en aanpak van een Taal- of Rekenaudit? Of heeft uw school samen met een onderwijsexpert al een bezoek gebracht aan een ‘school in beweging’ die met succes de taal- en rekenopbrengsten heeft zien stijgen? Met het plan ‘Alle Scholen in Beweging’ stelt de PO-Raad in opdracht van OCW scholen in de gelegenheid hieraan deel te nemen. Scholen kunnen nu zelf deze gratis vouchers aanvragen. Enige snelheid is geboden, want de regeling eindigt eind 2011. In totaal zijn 900 vouchers à € 1.100,- beschikbaar.

 

Tal van experts van EDventure (vereniging onderwijsadviesbureaus), de Landelijke Pedagogische Centra (APS, CPS, KPC Groep) en Kennisnet zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het project. Een van die experts, Charles Kalkhoven van de Giralisgroep uit ‘s-Hertogenbosch, heeft inmiddels bij een behoorlijk aantal scholen een audit afgenomen. “Het is natuurlijk bijzonder interessant voor een school om een deskundige buitenstaander eens naar de organisatie te laten kijken. Dat geeft vaak een ander licht op de dingen die je doet. Een goede analyse van je huidige onderwijsaanpak biedt scholen de mogelijkheid om je toekomstige onderwijs (nog) beter in te vullen”, zegt Kalkhoven. Zelf is hij als taalexpert vooral betrokken bij het taal- en leesonderwijs. Collega’s nemen de rekenaudit voor hun rekening.

 

Auditgesprekken
Samen met de schoolleiding, de taal-rekencoördinatoren, de intern begeleiders en soms ook de leerkrachten bespreekt hij in zijn auditgesprekken het taal- en rekenonderwijs aan de hand van de ervaringen en beschikbare documenten als het beleidsplan, het schoolplan en de toetsresultaten. Vervolgens worden systematisch de sterke kanten en de aandachtspunten van het taal- en rekenbeleid, de kwaliteitszorg, de schoolorganisatie en schoolcultuur en het onderwijsleerproces benoemd. Kalkhoven: “Over het algemeen kun je echt stellen, dat we op de goede weg zijn. Ik ben dus helemaal niet negatief gestemd. Met name op het gebied van de didactische vaardigheden hebben we de afgelopen jaren flinke sprongen vooruit gemaakt. Dat geldt ook voor het klassenmanagement. Door goed gedifferentieerd onderwijs aan te bieden, vallen veel minder leerlingen dan vroeger buiten de boot.”
Als taalexpert benadrukt Kalkhoven overigens dat het geven van goed taal- en leesonderwijs helemaal niet zo makkelijk is. “Er komt nogal wat bij kijken. Om teksten goed te kunnen begrijpen bijvoorbeeld moeten leerlingen over een goede woordenschat beschikken, ze moeten technisch leesvaardig zijn en er wordt bij begrijpend lezen ook nogal wat kennis van de wereld verondersteld. In iedere groep moet hier heel gestructureerd aan gewerkt worden. De doelen moeten helder zijn en de leerlijnen moeten perfect op elkaar aansluiten. Bij een van de taalaudits bleek dat de leeropbrengsten helemaal niet laag waren, maar dat alleen op voortgezet technisch lezen en spelling in de groepen 4 tot en met 6 nog grote vooruitgang te boeken was. Door de groepen heen ontbrak het in het leesonderwijs aan een integrale doorlopende aanpak. De uitkomsten van de audit worden nu door de school gebruikt voor een nieuw leesbeleidsplan. In dit plan worden uiteraard de hiaten weggewerkt.”

 

Heldere doelen
Vooral het duidelijk krijgen van een heldere, gezamenlijk visie vindt Kalkhoven heel belangrijk. Daaraan besteedt hij in de audit veel aandacht. “Daarbij moeten concrete meetbare doelen worden geformuleerd. Vaak zijn deze doelen wel aanwezig, maar zijn ze niet expliciet verwoord. Ik denk dat het bijvoorbeeld goed is om al in groep 2 duidelijk te maken hoe we met taal- en leesonderwijs om moeten gaan en vooral wat we willen bereiken. En voor elk leerjaar geldt dat het duidelijk moet zijn wel resultaten tussendoor en aan het eind van het jaar bereikt moeten worden.”

 

Ambitie
Kalkhoven is ervan overtuigd dat veel scholen er goed aan doen om de lat wat hoger te leggen. “Ik denk dat veel scholen best wat meer van de leerlingen mogen vragen. In 1968 is in de Verenigde Staten al een aardig onderzoek gedaan naar het leervermogen van kinderen. Daarbij kregen leerkrachten testresultaten voorgeschoteld die niet correspondeerden met het werkelijke niveau van de leerlingen. Het was echter zeer verrassend om te zien dat leerlingen waarvan verteld was dat ze bovengemiddeld scoorden daarna betere resultaten lieten zien. Ze kregen meer beurten van de leerkrachten en werden meer uitgedaagd. De boodschap is dus: denk niet van een kind dat hij het niveau niet aankan, durf de leerling uit te dagen en straal dat vooral zelf ook uit. Dan kun je samen veel meer bereiken. Ik ken een school uit een achterstandwijk in Den Bosch, waarvan de leerkrachten zeiden: ‘Voor onze leerlingen moeten we de ambities niet te hoog stellen, want wij kennen de ouders, het milieu.’ Hun houding was heel erg: wie als dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje. Het onderwijs op die school was er vooral op gericht om ervoor te zorgen dat leerlingen een prettige schooltijd hadden. Het sociaal-emotionele welbevinden van de kinderen vonden ze heel belangrijk. Hun focus was dus niet primair gericht op hoge taal- en rekenopbrengsten. Maar wat bleek, toen die school er anders over ging denken, er beleid op formuleerde, bepaalde maatregelen nam, nieuwe methodes invoerde en de kinderen nauwgezet ging volgen, toen schoten de resultaten van die school in alle leerjaren omhoog. Nu scoort die school bij de Cito-eindtoets op het landelijke gemiddelde. En ze kwamen van 524! In een tijdsspanne van zo’n vijf jaar hebben ze dat gerealiseerd. Het stellen van helder doelen en ambities helpt dus, mits je de organisatie eraan aanpast.”


Meten is weten
In de audit kijkt Kalkhoven ook naar de manier waarop de school leeropbrengsten over de groepen en jaren heen in kaart brengt. “Het monitoren van leeropbrengsten is een belangrijk onderdeel van de kwaliteitszorg. Hoe vaak wordt er getoetst? Wat wordt er gedaan met de toetsresultaten? Wat te doen als blijkt dat een bepaalde groep ineens significant lager scoort op het gebied van woordenschat of spelling? Dan moet er snel een belletje gaan rinkelen en moet er beleid op gemaakt worden.” Kalkhoven vindt het enorm belangrijk dat ook leerkrachten hierbij snel betrokken worden. Zij kunnen bepaalde zaken echt beïnvloeden, zoals de tijd die aan elk onderdeel besteed wordt en de manier waarop er geïnstrueerd wordt. “Worden de lesdoelen voldoende aangegeven? Wordt er voldoende gedifferentieerd? Helpt pre-teaching bepaalde leerlingen? Door het op tijd bespreekbaar maken van deze zaken en het toepassen van evidenced based technieken kan veel bereikt worden”, vindt hij.

 

Heldere schoolorganisatie
Een heldere schoolorganisatie waarin de taken en verantwoordelijkheden goed zijn afgebakend, draagt volgens Kalkhoven ook bij een goed resultaat. “Zijn de taken en verantwoordelijkheden van de directeur, IB’ers en coördinatoren helder omschreven? Op school gebeurt heel veel, maar niet zelden opereren leerkrachten en begeleiders vrij onafhankelijk en worden taken onvoldoende op elkaar afgestemd. Als het bijvoorbeeld om leesbeleving, leesmotivatie en leesbevordering gaat, is het goed als iemand die op schoolniveau coördineert. Welke rol kan de bibliotheek hierin vervullen? Hoe kan een leerkracht de leerlingen met veel verschillende soorten teksten en genres in aanraking brengen? Hoe kunnen leerkrachten elkaar ondersteunen? Soms met heel verrassende resultaten. Ik ken een jongetje dat heel moeilijk tot lezen kwam. Eigenlijk had hij de moed al opgegeven. De gewone teksten gingen er bij hem niet in. Toen ontdekten we dat hij veel interesse in tractoren had. Uit een tijdschrift voor volwassen hebben we toen artikelen gehaald over tractoren. Die waren natuurlijk veel te moeilijk voor hem, maar toch kreeg hij weer zin om te lezen. Variatie in aanbod is dus heel belangrijk. Er zijn heel mooie stimulerende projecten op dit gebied inmiddels. Dit soort aansprekende voorbeelden kunnen ook van andere leerkrachten heel inspirerend en motiverend zijn.”

 

Onderwijsinhoud
Ofschoon hij over het algemeen zeker te spreken is over de inhoud en opzet van de meest gangbare lesmethodes, constateert hij in de audits ook regelmatig dat door tijdgebrek het jaarprogramma niet in z’n geheel afgemaakt wordt. Kalkhoven: “Laat ik het technisch lezen als voorbeeld geven. Het AVI-lezen en de voorleesmoeders hebben de meeste scholen gedag gezegd. Dat leverde gewoon te weinig resultaat op. Maar daarmee is de focus op het leesonderwijs ook een beetje verdwenen. De taalmethode besteedt er wel aandacht aan, maar het drukke jaarprogramma laat er nauwelijks ruimte voor. Met alle problemen van dien voor het volgende jaar. Zie de audit als een soort APK voor het onderwijs van nu, een scan die vertelt hoe vitaal je als organisatie bent en of je tegen een stootje kunt. Daar word je alleen maar beter van.”


 

Projectsite ‘Alle scholen in beweging’
Via de website ‘School aan zet’ kunt u doorlinken naar de projectsite van ‘Alle scholen in beweging’. Daar vindt u, naast voorbeelden van scholen die hun taal- of rekenonderwijs aantoonbaar hebben verbeterd, informatie over het aanvragen van de vouchers.


reacties

Pulse Primair Onderwijs

Ontvang gratis Pulse Primair Onderwijs Magazine als directie of bestuur!

Schrijf u in voor de gratis Pulse Primair Onderwijs nieuwsbrief.

Volg Pulse Primair Onderwijs op Twitter.

 
 

 

Privacystatement - Algemene voorwaarden - Copyright - Disclaimer

Tips & Tools

Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
 

 

Stelling van de week

Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
 

Prima school

 

Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl

 

Uitgelicht

 

Nieuw in onderwijs

Nieuw in management