Thema's
Vakgebieden
Mijn school
Carry Slee: ‘Leraren moeten weer tijd krijgen voor hun vak’
Carry Slee is een van de meest geliefde auteurs in Nederland. Met haar boeken probeert ze actuele onderwerpen als pesten, drugs en discriminatie bespreekbaar te maken, zodat jongeren uit hun isolement komen.
Je hebt een aantal jaar gewerkt als dramadocent in het voortgezet onderwijs.
Dat klopt, ik heb tien jaar in het onderwijs gewerkt. Na mijn middelbare school ben ik naar de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar gegaan. Meteen daarna ben ik voor de klas gaan staan.
Waarom koos je voor een baan in het onderwijs?
Eigenlijk wilde ik helemaal niet in het onderwijs werken, ik wilde veel liever toneelspeelster worden. Maar helaas was hier geen werk in te vinden. Ik ben naar de school voor Expressie door Woord en Gebaar gegaan omdat me dit wel een leuke opleiding leek. Ik dacht dat ik misschien in het jongerenwerk wat zou kunnen doen met deze opleiding, maar ook hierin bleek geen werk te zijn. Ik kon eigenlijk alleen maar in het onderwijs terecht en dacht toen ‘misschien is dit ook wel leuk’.
Hoe beviel het?
In het begin vond ik het heel erg leuk. Ik gaf les aan het middelbaar en lager beroepsonderwijs. Aan huishoudschoolmeisjes, zeg maar. Dit waren echt leerlingen die je moest weten te pakken, dat leek me een mooie uitdaging. Gelukkig kreeg ik het voor elkaar. Mijn leerlingen durfden zich in eerste instantie niet echt te laten gaan, maar uiteindelijk heb ik hen zo ver gekregen dat ze het toneelspelen echt leuk vonden…. Ik gaf de meiden het gevoel dat ik een van hen was. Ik was geen juf die aan de zijlijn bleef staan kijken, maar ik deed actief mee met alle rollenspellen. Hierdoor was het voor de leerlingen makkelijker om zich open te stellen.
Waarom waren die rollenspellen zo belangrijk?
Ik wilde mijn leerlingen leren om wat mondiger te worden. Juist de meiden uit de milieus in mijn klas hadden nooit erg goed geleerd hoe ze zich moesten verwoorden, hoe ze voor zichzelf op moesten komen. Daarom speelde ik bijvoorbeeld een sollicitatiegesprek na. Hierdoor kregen de meiden wat meer zekerheid en ik kon hen handvatten, een aantal tips aanreiken. Bovendien gaven de rollenspellen een goed beeld van hoe het er thuis bij de meiden aan toe ging. Daar konden we dan achteraf over praten. Ik wilde mijn leerlingen zekerheid bieden. In feite doe ik dat in mijn boeken ook. Ik wil laten zien dat iedereen die problemen heeft, die zij hebben. Dat ze niet alleen staan.
Hoe essentieel vind je een vak als drama in het onderwijs?
Als het goed gegeven wordt, is het zeker belangrijk. Maar ik denk dat een goede leraar drama uit zichzelf al toepast. Als een basisschoolleraar een uurtje toneel in zijn lesweek zou stoppen, zou dat denk ik al een enorme aanvulling zijn.
Waarom ben je gestopt met lesgeven?
Ik had er na een aantal jaren genoeg van. Ik kreeg een uurtje per klas per week en gaf dertig uur les. Dat waren dus dertig klassen per week. Dat breekt je na een tijdje echt wel op. Plus, ik wilde heel graag schrijfster worden. Toen mijn partner een stukje van mij las en me aanmoedigde hierin verder te gaan, heb ik mijn ontslag ingediend. Na twee á drie jaar kon ik al van het schrijven leven. Het is allemaal heel snel gegaan.
Wat waren de grote verschillen in het onderwijs toen, in vergelijking tot nu?
Dat vind ik een moeilijke. Ik denk dat er destijds veel meer tijd was. Ik heb het gevoel dat docenten nu – en dan met name basisschoolleraren – worden volgepakt met vergaderingen, evaluaties, papierwerk en andere toestanden. Ze moeten veel te veel hooi op hun vork nemen. Vroeger was er veel meer tijd voor de kinderen.
Hoe kunnen de leraren volgens jou ontlast worden?
Door de taken die niet bij een onderwijzer horen, weg te nemen. Leraren moeten zich volledig op de kinderen kunnen richten. Bovendien moeten de klassen niet zo volgestouwd worden, met al die verschillende niveaus door elkaar. Daar wordt het lesgeven niet makkelijker van. Wat dat betreft mag Nederland het allemaal wel eens beter gaan doen. Er moeten meer leraren komen, die samen alle taken uitvoeren. Zet in plaats van één, twee leerkrachten op een ingewikkelde plek, zodat de taken te overzien zijn. Leraren moeten weer tijd krijgen voor hun vak.
Hoe ziet volgens jou de ideale leraar eruit?
Een goede leraar is een warm persoon. Hij is liefdevol, open, speels en betrokken en beschikt over de nodige dosis humor. Een goede leraar legt niet alleen de nadruk op de prestaties van kinderen, maar kijkt verder. Kinderen moeten niet constant op hun tenen hoeven lopen. Ik denk dat de prestaties van kinderen omhoog gaan als ze voelen dat er van hen gehouden wordt, dat ze gerespecteerd worden en dat ze zichzelf mogen zijn.
Hoe was jijzelf als lerares?
Ik was altijd erg enthousiast, dat was ook gelijk mijn sterke punt. Ik was helemaal niet streng en deed overal aan mee. Daarom gaven mijn leerlingen mij een kans, daarom stelden ze zich open en deden ze wat ik wilde.
Heb je speciale herinneringen aan een leraar of lerares van vroeger?
Ja, ik heb in groep zeven en acht een hele lieve juf gehad. Daar was ik heel blij mee. Helaas is ze pas geleden gestorven. Mevrouw Stoks liet me bestaan. Ze gaf me heel veel aandacht en liefde, wat ik in die tijd heel hard nodig had. Ze wist veel van haar leerlingen, bijvoorbeeld van hun thuissituatie en speelde daar op in.
Hoe was jouw thuissituatie dan?
Ik had het thuis heel moeilijk. Mijn ouders waren gescheiden, er gebeurden in die tijd veel minder leuke dingen in mijn leven. Ik was als kind erg druk en kon me maar moeilijk concentreren omdat het thuis te onrustig was. Maar het lukte juffrouw Stoks om me rustig te krijgen en me te motiveren, zodat ik naar het voortgezet onderwijs kon.
Heb je ook een leraar gehad waar je absoluut niet mee door een deur kon?
Ja, zeker. In de ouderwetse derde – nu groep vijf – had ik een juffrouw die een hekel aan mij had. En daardoor kreeg ik ook een hekel aan haar. Ze was vaak geïrriteerd en liet me een beetje gaan. Dat vond ik helemaal niet prettig. Ze had echte lievelingetjes in de klas, voor de rest van de leerlingen deed ze niet zoveel. Geen gewenste situatie natuurlijk, als leerkracht moet je met alle leerlingen om kunnen gaan. Je moet geïnteresseerd zijn in elk kind, hoe hij of zij ook is.
Heb je altijd juffen gehad?
Ja, ik heb nooit les gehad van een meester, helaas. Het is een gemis dat er zo weinig meesters in het onderwijs werken. Zeker voor kinderen met gescheiden ouders, die geen vaderfiguur hebben thuis en voor jongens in het algemeen is een meester volgens mij heel belangrijk. Helaas is het onderwijs de laatste jaren schandalig behandeld. Leraren verdienen veel te weinig. Als je thuis de kostwinnaar bent en voor een heel gezin moet zorgen, kun je beter een ander beroep kiezen. Vroeger was dat wel anders.
Wat moet er volgens jou veranderen?
In de tijd van het boek Kees de jongen van Theo Thijssen was de meester een belangrijk persoon in het dorp, iemand met aanzien. Misschien een beetje teveel, maar nu heeft een leraar op de basisschool wel heel weinig status. Dat moet veranderen. Weer eerlijk: de leraren op de basisschool moeten wel onze jeugd opvoeden, de volwassenen van de toekomst! Daar mag best in geïnvesteerd worden.
Je bent iemand van het Nederlandse woord. Wat vind je ervan dat het Engels steeds belangrijker wordt?
Ik vind dat leuk, er is niets mis mee. Laat de kinderen maar goed Engels leren, dan kunnen ze over de hele wereld praten. Ik vind wel dat – in de klas – gewoon Nederlands gesproken moet worden. Goed grammaticaal Nederlands leren moet voorop blijven staan.
Hoe is het volgens jou gesteld met het taalniveau van de jeugd?
Volgens mij wel goed, maar ik kan daar niet goed over oordelen. De kinderen en jongeren die mij berichtjes sturen, naar aanleiding van mijn boeken of berichten op mijn site, zijn natuurlijk kinderen die van lezen houden. De kinderen die de hele dag achter de computer of televisie zitten, daar heb ik geen zicht op.
Wat probeer je jouw lezers mee te geven? Wat wil je kinderen leren met jouw boeken?
Ik wil dat kinderen zich kunnen identificeren met de personen in mijn boeken en dat daardoor bepaalde kwesties bespreekbaar worden gemaakt. Ik wil dat kinderen nadenken over zaken als pesten, discriminatie, homoseksualiteit en drugs. Dat ze iets van mijn boeken leren. Spijt! bijvoorbeeld, dat ik vijftien jaar geleden heb geschreven – wordt nog steeds heel veel gelezen. Volgend jaar wordt het boek verfilmd. In Spijt! heb ik laten zien hoe erg het is om te pesten en welke gevolgen pesten voor iemand kan hebben. Dat boek heeft heel veel indruk gemaakt. Wel een jaar lang is op de achterkant van de VPRO-gids over dit boek en over pesten gesproken. Ik zie mijn boeken als een aanleiding om over kwesties na te denken en om erover te praten. Daarnaast wil ik kinderen het gevoel geven dat ze niet alleen staan met hun problemen. Door kwesties bespreekbaar te maken, voelen kinderen zich minder eenzaam.
Vroeger waren je dochters je grootste inspiratiebron. Waardoor laat jij je nu inspireren?
Eigenlijk door alles. Door de kinderen om me heen en alles wat er met hen gebeurt. Ik heb door mijn website veel contact met jongeren. Dat inspireert. Jongeren nemen contact op over alles, over wat ze moeilijk vinden bijvoorbeeld. Voor mijn verhalenserie over Britt hebben we een aparte website gemaakt. Britt maakt echt van alles mee, van nieuwe vriendschappen en verliefdheid tot pesten en jaloezie. Kinderen herkennen zichzelf hierin. Op de website vertellen zij over hun problemen. Dat inspireert me steeds weer om een nieuw verhaal te schrijven.
Pulse Primair Onderwijs
Tips & Tools
Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
Stelling van de week
Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
Prima school
Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl
Uitgelicht
|
Nieuw in onderwijs |
Nieuw in management |

reacties