Thema's
Vakgebieden
Mijn school
Obs De Dem: Van diep rood naar sprankelend groen
Over Openbare Basisschool De Dem in Hoensbroek (L) werd eind 2009 een pittig oordeel geveld: zeer zwak. De school kampte met zeer lage leeropbrengsten, de Citoscores waren bedroevend en de onderlinge samenwerking en de communicatie waren tot een minimum gedaald. Bovendien werd de school met opheffen bedreigd omdat het leerlingenaantal onder de norm was gezakt. Door een fusie met een andere kleine school uit de buurt kwam de school onder een ander schoolbestuur te staan. Een grote schoonmaak volgde. Een nieuwe directeur werd aangesteld: Maria Pastoor. Pastoor liet zich door de slechte resultaten niet van de wijs brengen en voerde een waar huzarenstukje op. In minder dan anderhalf jaar wist ze van een diep rode school een groene te maken.
Pastoor en haar collega’s zijn ervan overtuigd dat ze binnen afzienbare tijd kunnen doorgroeien naar een excellente school. Een relaas over onbewust bekwaam, over energie en teamgeest, over commitment en controle en over het samen vieren van het succes.
Pastoor: “Ik ben hier in augustus 2009 gestart. Ik wist wat mij te wachten stond. Het nieuwe bestuur van Movare had al fors ingegrepen. De directeur, een leerkracht, de IB’er en een remedial teacher waren vertrokken. Meteen na mijn aantreden heb ik met alle collega’s gesprekken gevoerd. Daaruit concludeerde ik dat er meer dan voldoende kwaliteit aanwezig was, maar dat hier nooit gebruik van was gemaakt. Dan praat je over onbewust bekwaam. Er was heel veel know how aanwezig, maar deze kennis werd niet gedeeld.”
Vanaf de eerste dag is Pastoor begonnen de juiste mensen op de juiste plaats te zetten. Bovendien haalde ze ook de juiste externen binnen de school. “Je kunt een dergelijke exercitie niet alleen. Met de persoon van Jan Jutten van Natuurlijk Leren wist ik dat ik het juiste klankbord had. Hij kan leerkrachten uitstekend motiveren en weer in hun kracht zetten.”
Bij het gesprek zijn ook Erica Woudstra en Jeanny Moonen aanwezig. Woudstra is juf van groep 3/4 en als IB’er aan de school verbonden en Moonen is leerkracht van groep 7/8 en ICT-coördinator. Samen vormen ze sinds de komst van Pastoor het managementteam. Moonen: “Toen Maria kwam hebben we in de vakantie eerst letterlijk puin geruimd. Alle spullen die we niet meer nodig hadden, hebben we weggegooid. De muren hebben we opnieuw geverfd, we wilden per se met een schone lei beginnen.” Ook Moonen bevestigt dat de school er op dat moment zeer slecht voorstond. “In de eigen groep liep het best wel goed, maar er was geen doorlopende lijn. Handelings- en zorgplannen stonden niet of veel te summier op papier, overdrachtsgesprekken werden niet vastgelegd. Het pedagogisch-didactische klimaat in de klas was best wel goed, maar we gaven nog heel ouderwets klassikaal les. Jan Jutten heeft ons enthousiast gemaakt voor het coöperatief leren en Arsène Francot voor de klassenconsultatie. Zowel de leerlingen als de leerkrachten kunnen zoveel van elkaar leren.”
Inspireren en motiveren
Pastoor benadrukt dat de oude directeur wel op papier aanwezig was, maar niet in werkelijkheid. Ook de communicatie met het team liet sterk te wensen over. Tot overmaat van ramp was ook de administratie slecht geregeld, waardoor de school veel geld misliep. “Er zaten nogal wat zorgleerlingen op deze school, maar lang niet altijd stonden zij als zodanig in de administratie te boek. Dan doe je jezelf financieel tekort.” Volgens Pastoor maakte de school ook onvoldoende gebruik van de intern begeleider. Het aantal contactmomenten was gering en de samenwerking – met name tussen de directeur en de IB’er – verliep over het algemeen zeer stroef.
Erica Woudstra weet als nieuwe IB’er hoe belangrijk die functie is. “Samen doelen stellen. Samen de scores bekijken, de ontwikkeling van het kind vaststellen en desgewenst het programma aanpassen. Samen de hoogte van de lat bepalen. Als je met een B tevreden bent, maak je er nooit een A van. We hebben ongeveer vijftig procent aan gewichtenleerlingen op deze school, maar dat betekent niet dat je van een dubbeltje geen kwartje kunt maken. Ik probeer mijn collega’s inhoudelijk te begeleiden, maar zeker ook te inspireren en te motiveren.”
In oktober 2009 kreeg de school van de inspectie te horen dat ze zeer zwak was. “Toch had mij en mijn collega’s niets beters kunnen overkomen”, zegt Pastoor. “Nu hadden we geen escape meer, het was erop of eronder. Verder zakken was bijna niet meer mogelijk, maar daarmee was de opgaande lijn nog niet gecreëerd.” Pastoor wist wat haar te doen stond. Ouders werden geïnformeerd en de eerste contouren van de nieuwe aanpak werden gepresenteerd. Geen enkele ouder heeft daarop besloten het kind van school te halen. Ze spraken hun vertrouwen uit in het nieuwe management en de nieuwe koers van de school.
Veel aandacht ging uit naar het creëren van doorlopende leerlijnen en ook werd er geïnvesteerd in nieuwe taal- en leesmethodes die goed op elkaar aansluiten. Ofschoon ook de rekenmethode aan vervanging toe was, besloten ze deze nog niet te vervangen. Pastoor: “Je moet natuurlijk wel zorgen dat de methodes ook erg goed worden bestudeerd en gevolgd. Teveel nieuwe methodes tegelijk invoeren, kan dus niet. Daar ontbreekt de tijd voor.”
Leren staat voorop
Via de PO-raad kreeg Pastoor hulp van Bonne van Dam. Ook hij constateerde al snel dat Pastoor en haar team op de goede weg waren. Het was Van Dam die Pastoor wees op het belang van het stellen van goede streefdoelen. Pas dan, zo benadrukte hij, kun je er ook gericht naartoe werken. Pastoor: “Bij de eerste meting zaten we al ver boven de doelen die we ons gesteld hadden. We hadden de lat dus niet hoog genoeg gelegd. Betere directe instructie, betere communicatie en samenwerking, maar vooral het beter benutten van de effectieve leertijd wierpen meteen hun vruchten af. Ook de leertijd zelf hebben we weten op te rekken. Er gingen per week nogal wat kwartiertjes verloren. Het was buiten spelen, daarna terugkomen in de klas, een hapje, een drankje. Dat is minstens een kwartier per dag, een uur en een kwartier per week, maal veertig schoolweken. Als je het zo bekijkt, realiseer je je pas hoeveel kostbare onderwijstijd verloren gaat. Je gunt de kinderen wel die sociaal-emotionele momenten, maar uiteindelijk doe je het kind hiermee gewoon tekort. Gezelligheid is prima, maar het leren staat voorop, is mijn devies.” Jeanny Moonen vindt ook dat ze nu veel beter kijken naar de methodetoetsen. “Nu maken we een handelingsplan naar aanleiding van de methodetoetsen. Volgend jaar krijgen we zelfs extra hulp bij het analyseren van de Citotoetsen. Als een kind ergens moeite mee heeft, hoe kunnen we er dan voor zorgen dat hij of zij zo snel mogelijk weer op niveau presteert?”
Bij de tussentijdse evaluatie toonden de inspecteurs al hun verbazing over de grote sprongen voorwaarts die de school in negen maanden tijd gemaakt had. Pastoor: “Maar binnen negen maanden mag je helaas geen ander predicaat krijgen. Het mag geen brandjes blussen en pleisters plakken zijn. De veranderingen moeten blijvend zijn.” De inspecteurs zijn in december 2010 teruggekomen en toen waren alle doelen gerealiseerd. “Ook de zorgplannen die we in een eerder stadium nog niet helemaal goed uitgevoerd hadden”, zegt Pastoor. Tijdens dat bezoek gaven de inspecteurs al aan dat het woordje ‘zeer’ niet meer van toepassing was. Deze stap naar voldoende, naar groen mochten ze echter niet overslaan, want ze waren bang voor de borging. Bovendien wilden ze de resultaten van de Citotoetsen afwachten. Pastoor: “Ze zeiden: als jullie nog zorgen voor een goede analyse van alle tussentoetsen en dat de uitslag van de Citoeindtoets op het landelijk gemiddelde ligt, dan halen we ook het predicaat zwak eraf.”
De Dem scoorde dit jaar een zeer respectabele 535,8 op de citoeindtoets. En hoewel het oude gemiddelde van 522 sterk beïnvloed werd door leerlingen die eigenlijk niet in het reguliere maar in het praktijkonderwijs thuishoren, was de vooruitgang toch bijzonder groot te noemen.
Heldere doelen
Pastoor zegt bijzonder trots op haar school en haar team te zijn. “We hebben het helemaal zelf gedaan. Er is geen interimdirecteur geweest die de boel vlot heeft getrokken. Dat geeft heel veel voldoening en ook heel veel energie om op de ingeslagen weg door te gaan. We willen zo snel als mogelijk een excellente school worden en dat gaat ons lukken ook. We hebben hulp gehad van een enkele externe adviseur, maar het meeste werk hebben we toch zelf gedaan. Alle leerkrachten zijn zich gaan professionaliseren. Leerkrachten van de onderbouw hebben bijvoorbeeld een taalactiveringscursus gevolgd. Op vrije momenten wel te verstaan. Want ik vond dat alle leermomenten buiten de school-uren plaats moesten vinden. De leertijd was heilig. Dat vormde voor niemand een probleem, want iedereen wilde laten zien dat hij of zij het wel in de vingers had.”
Het stellen van heldere doelen loopt als een rode draad door het gesprek. Zowel bij taal als bij rekenen. Ook door de invoering van het directe instructiemodel zag de leerkracht veel beter wat een leerling nodig had. Moonen: “Vroeger deden we dat ook wel, maar toen hadden we vooral aandacht voor de zwakke leerlingen en nu komen alle leerlingen veel beter aan bod. Wij kijken nu veel beter naar de mogelijkheden van ieder kind. Wie heeft extra of verlengde instructie nodig? Als je te veel klassikaal doet, dan willen er nog wel eens wat leerlingen doorheen glippen. Toen maakten we na onze klassikale instructie een rondje door de klas en waar het nodig was gaven we individuele hulp. Nu is het zo dat je het groepje dat niet verder kan, bij je pakt. Dat werkt veel beter.” Woudstra vult aan: “Vroeger kregen ook alle kinderen dezelfde instructie. Maar niet alle kinderen hebben die instructie nodig. Er is in elke klas een groep leerlingen die snel, heel zelfstandig kan werken. Nu besteden we de lestijd veel effectiever. Maar ook het ambitieniveau is veel hoger geworden. We willen nu dat de leerlingen veel meer leren. We willen ze zien groeien. En de kinderen willen dat zelf nu ook. Iedereen legt de lat nu hoger.”
Voortaan worden aan het eind van ieder schooljaar overdrachtsgesprekken gehouden. Per leerling een A4-tje waar alle relevante informatie op staat: de prestaties op school, de toetsresultaten, de specifieke zorgbehoeften, maar ook de gezinssituatie en het leertaakgedrag. Een nieuwe leerkracht mag niet voor verrassingen komen te staan. “Hierdoor voorkom je ook dat bij wisseling van groep de grasmaaier eroverheen gaat. Iedereen moet niet op hetzelfde niveau beginnen in een nieuwe groep, maar je moet kunnen voortbouwen op de kennis en kunde die al eerder is verkregen”, aldus Pastoor.
Hoewel ze graag alle credits aan haar collega’s geeft, heeft toch vooral de wijze waarop Pastoor het team achter haar plannen wist te scharen een groot deel van het succes bepaald. “Ik heb in het begin iedereen gevraagd of ze met de plannen instemden. Ik heb gevraagd: ‘Willen we dat? Kunnen we dat?’ En iedereen riep volmondig ja. Die afspraken heb ik overigens nauwgezet gecontroleerd. Ik ben geen controlfreak, maar ik heb menig weekend besteed aan het nakijken van de handelingsplannen. En als iemand dan het programma niet volledig rapporteerde, dan riep ik hem of haar bij me en vroeg hoe dat kwam. Een slechtnieuwsgesprek heb ik gelukkig nooit hoeven te voeren. We zaten in een flow, we wilden beter worden en scoren.”
Toen aan obs De Dem in april het predicaat groen werd uitgereikt, heeft de school dit vol trots – op groen papier – meegedeeld aan de ouders. Pastoor: “Volgens de inspectie waren we de eerste en de enige die het zonder interimdirecteur heeft gedaan. Van de ouders kregen we heerlijke taarten. We konden ons geluk niet op.”
Pulse Primair Onderwijs
Tips & Tools
Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
Stelling van de week
Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
Prima school
Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl
Uitgelicht
|
Nieuw in onderwijs |
Nieuw in management |

reacties