Thema's
Vakgebieden
Mijn school
Sipke Jan Bousema: ‘Afwisseling en verrassing houden kinderen bij de les’
Sipke Jan Bousema heeft een uitgebreid CV. In 1999 debuteerde hij als presentator van SchoolTV weekjournaal. Daarna volgden vele jeugdprogramma’s, waarna Sipke Jan bekend werd bij het grote publiek als presentator van het programma Opsporing Verzocht, waar hij eind juni afscheid nam. Op dit moment is Sipke Jan terug bij zijn passie. Bij zender NTR presenteert hij niet alleen het programma 5op2, maar heeft hij ook een eigen talkshow waarin kinderen discussiëren over lastige keuzes in hun leven.
Hoe moeilijk is het om programma’s te maken met en voor kinderen?
Ik persoonlijk vind het niet zo moeilijk. Het vergt wel veel discipline, maar wat ik de afgelopen jaren heb gedaan bij het maken van jeugdtelevisie, is heel goed kijken naar de belevingswereld van kinderen. De manier waarop kinderen zich verwonderen, hoe ze met de spanning van een verhaal mee kunnen gaan…. Dat is heel bijzonder. Dit lag ook ten grondslag aan de Museumbende, een programma waarin ik met kinderen in het geheim een museum testte om te kijken of het wel leuk en leerzaam genoeg voor hen was om naartoe te gaan. Kinderen kwamen op deze manier op een speelse manier in aanraking met informatie, in dit geval met kunst.
Hoe zorg jij ervoor dat je de aandacht van kinderen vasthoudt?
Afwisseling en verrassing zijn elementen waardoor kinderen wakker blijven. Kinderen hebben vaak niet eens in de gaten dat ze aan het leren zijn. Maar bepaalde ervaringen maken zoveel indruk – of ze het nu echt beleven of in een filmpje zien – dat ze iets nooit meer vergeten.
Zouden leraren meer afwisseling en verrassing in hun lessen moeten stoppen?
Het is voor een leraar natuurlijk een heel ander verhaal dan voor mij. Ik maak korte filmpjes, waarin het makkelijker is om kinderen te boeien. Als je voor de klas staat, moet je continu de aandacht zien vast te houden. Maar spanning en verrassing zijn natuurlijk wel elementen in het onderwijs die de lessen voor een kind leuk kunnen maken. Ik kan me herinneren dat ik op de middelbare school een leraar Nederlands had, meneer De Haan, waar ik heel graag naartoe ging. Hij kwam steeds met verrassende opmerkingen of andere gekke dingen. Hij was eigenzinnig, dat sprak mij ontzettend aan.
Maar niet alle kinderen weten hiermee om te gaan.
Dat klopt. Er waren ook kinderen die hem niet begrepen. Als leerkracht moet je een heel divers publiek bedienen. Ik ben altijd creatief geweest, dus ik vond kleurrijke lessen heel erg leuk. Ik kan me herinneren dat – toen ik de les in liep – de leraar mij een ‘eigenwijze jongen’ noemde. Hier was ik aanvankelijk niet zo blij mee, totdat hij zei: ‘Wat ik bedoel, is dat jij je eigen wijs hebt. Je hebt je eigen manier’. Meneer De Haan provoceerde een beetje, maar hij gaf wel iets mee. Vanaf het moment dat ik dat doorhad, ben ik anders naar hem gaan luisteren en begreep ik zijn humor.
Welke eigenschappen heeft een leraar nodig om een goede leraar te kunnen zijn?
Belangrijk is sowieso dat een leraar affiniteit heeft met kinderen an sich, met de belevingswereld van kinderen en met de taal die kinderen spreken. Kinderen zijn kwetsbaar en gevoelig, dus ik denk dat er ook een bepaalde warmte moet zijn. Daarnaast moet er ruimte zijn voor humor en enthousiasme. Leraren moeten mee kunnen gaan in het enthousiasme van kinderen, ze moeten op zijn tijd lekker mee kunnen dollen.
En wat moet hij vooral niet doen?
Dat ligt denk ik per kind verschillend. Ik heb eens een leraar gehad die heel keurig het boekje volgde, in alles wat hij deed. Voor mij werkte dat niet, maar er zullen ook kinderen zijn die dit juist heel prettig vinden.
Je vader was vroeger werkzaam in het onderwijs. Heb je ooit getwijfeld om in zijn voetsporen te treden?
Nee, als kind al wist ik zeker dat ik dat niet wilde. Ik was al op jonge leeftijd gebiologeerd door de televisie. Op school spraken vooral de creatieve vakken als theater en toneel me aan. Op mijn achtste maakte ik al de Bousemakrant, mijn eigen nieuwskrant van de familie met allemaal nieuwtjes en leuke dingetjes. Dan knipte en plakte ik thuis op A4tjes een krant in elkaar, die ik kopieerde bij mijn vader op school. Ik verkocht de krant aan mijn familieleden, die ‘lid’ waren. Ik vond het al vroeg leuk om te creëren, om dingetjes te maken. Met de Bousemakrant is het eigenlijk begonnen. Daarna ben ik verder gaan kijken naar wat ik leuk vond. Op mijn elfde werd ik ‘vrijwillige correspondent’ van de NCRV. En op school organiseerde en presenteerde ik playbackshows. Mijn ouders én mijn school gaven mij de vrijheid om mezelf te ontwikkelen, om op zoek te gaan naar wie ik was en wat ik wilde.
Je bent – toen je in de tweede klas zat – van basisschool veranderd. Waarom was dat?
Ik zat op een gereformeerde school, waar ik absoluut niet kon aarden. De klassen waren erg groot, waardoor ik als het ware een beetje verzonk. Bovendien werden op die school straffen uitgedeeld om de orde te handhaven, die in mijn ogen absoluut niet
terecht waren. Zo werd je soms zonder dat je iets gedaan had, in de hoek neergezet. Ook werd ik in die tijd gepest. Mijn ouders zagen dat ik wat teruggetrokken raakte. Ik kwam soms echt met buikpijn naar huis. Ik voelde me niet prettig en niet veilig op school.
De katholieke Jenaplanschool waar je vervolgens terechtkwam, bleek beter bij je te passen.
Ja, hier bloeide ik helemaal op. Hier waren kringgesprekken en weekopeningen, er werd veel gedaan met toneelspelen... allerlei dingen die veel meer aansloten bij wie ik was. Dit is ook de tijd geweest dat ik met mijn eigen Bousemakrant aan de slag ging. Mijn overstap naar de Jenaplanschool was voor mij een kiemmoment, vanaf dat moment zat ik goed in mijn vel en kon ik me enorm ontplooien. De school heeft daardoor een belangrijke bijdrage geleverd aan wie ik nu ben.
Is er een leraar of lerares waar je met warme gevoelens aan terugdenkt?
Toen ik op mijn nieuwe school kwam, kwam ik bij juf Mieke in de klas. Een ontzettend lieve juf, ik heb nog steeds contact met haar. Juf Mieke gaf heel veel warmte, maar was daarnaast heel duidelijk in wat er moest gebeuren. Ik denk dat die balans heel belangrijk is voor een leraar.
Je bent onlangs benaderd om als leraar mee te spelen in een nieuwe, Nederlandse film…
Ja, je zou toch zeggen dat het allemaal geen toeval kan zijn? Ik krijg wel eens opmerkingen van mensen dat ik toch heel dichtbij mijn roots ben gebleven. Ik heb ontzettend veel jeugdprogramma’s gemaakt, waar kinderen een hoop van hebben geleerd. Als kind heb je nog niet zoveel informatie op je harde schijf staan. Alle ervaringen die je opdoet, hebben daardoor meer impact. Misschien dat sommige jongeren mij daardoor wel herinneren als iemand die hen iets heeft bijgebracht of waarmee je iets ‘kunt beleven’. Het doet me goed dat ik kinderen op een bepaalde manier kan boeien en inspireren.
Pulse Primair Onderwijs
Tips & Tools
Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
Stelling van de week
Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
Prima school
Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl
Uitgelicht
|
Nieuw in onderwijs |
Nieuw in management |

reacties