Thema's
Vakgebieden
Mijn school
Passend Onderwijs voor leerling én leerkracht
Nieuwe tussenvoorziening obs De Kleine Reus biedt LGF-leerlingen en hoogbegaafden extra ondersteuning
Op basisschool De Kleine Reus in het centrum van Amsterdam wordt op geheel eigen wijze invulling gegeven aan onderwijs op maat. Vorig schooljaar is de school gestart met de Opmaatgroep, een tussenvoorziening om kinderen met een onderwijszorgvraag te begeleiden zodat zij in hun eigen groep beter uit de verf komen. Een gesprek met projectleider Passend Onderwijs op De Kleine Reus, Ineke Kersten.
Hoe groot was de behoefte aan jullie Opmaatgroep?
Naar mijn idee was die behoefte groot. Twee jaar geleden zagen we veel kinderen met een rugzak of een onderwijszorgvraag op de gang zitten, omdat leerkrachten dachten dat zij op de computer daar rustiger konden werken. Uit een enquête onder de leerkrachten kwam naar voren dat ze dolgraag Passend Onderwijs wilden aanbieden op De Kleine Reus, maar dat ze dit niet altijd goed wisten te organiseren in de eigen groep. En ook sommige ouders vroegen zich af of hun kind op school geen extra ondersteuning kon krijgen. In het leerlingvolgsysteem was duidelijk te zien dat leerlingen met een onderwijszorgvraag slechter gingen presteren. Sommige kinderen hadden zelfs geen zin meer in school en moesten naar school worden gesleept. Het was duidelijk dat er iets moest veranderen. We hebben een projectplan geschreven en zijn daarmee naar het bestuur gestapt.
Hoe werd het plan ontvangen?
Het bestuur heeft de aanvraag gehonoreerd. We hebben twee jaar de tijd gekregen om te bewijzen dat de Opmaatgroep de voorziening is die kinderen met een zorgbehoefte op De Kleine Reus nodig hebben. Hiervan is nu een jaar verstreken.
Waarin onderscheidt de Opmaatgroep zich van de al bestaande voorzieningen op het gebied van onderwijsondersteuning?
De Opmaatgroep is natuurlijk volledig toegespitst op de behoeftes van de leerlingen van De Kleine Reus en op de manier van werken die daar gebruikelijk is. Het is geen speciaal onderwijsklasje voor een groepje kinderen die uit de klas wordt gehaald omdat het in de klas niet lukt. De kinderen leren in de Opmaatgroep een aantal vaardigheden die zij nodig hebben om in de reguliere groep mee te kunnen.
Jij bent op dit moment de enige leerkracht in de ‘zorggroep’. Hoe zorg jij ervoor dat alle leerlingen de aandacht en begeleiding krijgen waar zij recht op hebben?
De Opmaatgroep telt maximaal tien leerlingen, zodat ik genoeg tijd heb om alle leerlingen de aandacht en begeleiding te geven die zij nodig hebben. Iedere ochtend nemen alle kinderen plaats in hun stamgroep voor het ochtendrondje, vervolgens komen ze naar mij. Ik richt me op de basisvakken rekenen, spelling en begrijpend lezen en volg zoveel mogelijk het programma van de stamgroep, zodat de kinderen gelijk oplopen met de rest van de klas, aangevuld met de extra’s die de individuele leerlingen nodig hebben. Aan het eind van de ochtend gaan de kinderen terug naar hun eigen klas. De Kleine Reus is een ontwikkelingsgerichte school. Dit betekent dat er veel wordt gewerkt met thema-uren. Deze uren zijn in de middag gepland, zodat alle leerlingen deze lessen in de eigen groep kunnen volgen.
Maar niet alle leerlingen in de Opmaatgroep komen uit dezelfde klas…
Ik leg van tevoren altijd al werk voor de kinderen klaar, zodat ze bij binnenkomst zelfstandig aan de slag kunnen. De ene dag geef ik leerling A eerst instructie, de andere keer begin ik bij leerling B of C. Bovendien, niet iedere leerling heeft iedere dag instructie nodig.
Zitten de leerlingen het hele jaar in de Opmaatgroep?
Dat hoeft niet. Ik ben met twee leerlingen begonnen en de groep is beetje bij beetje gegroeid. Er is echter nog niemand vertrokken. Wel zit er een jongen in de groep met wie het heel goed gaat. Hij komt nog maar twee ochtenden naar de Opmaatgroep, de andere ochtenden blijft hij in zijn eigen klas. Zodra kinderen er klaar voor zijn, bouwen we hun tijd in de groep af. Wanneer dat moment daar is, verschilt per leerling. Er is ook een jongen in mijn groep waarvan ik weet dat hij in de groep zal blijven. Hij heeft ADHD en zorgt voor veel onrust in zijn klas. Hij gedijt er erg goed bij om in de Opmaatgroep te zitten en ook voor zijn klas is dit een goede oplossing.
Eén ochtend in de week hebben jullie gereserveerd voor hoogbegaafde leerlingen.
Ja, dit bleek beter te passen. Begin vorig jaar zaten de LGF- leerlingen en de hoogbegaafde kinderen een ochtend per week bij elkaar in de klas, maar de groep werd al gauw te groot. Nu blijven op woensdagmorgen de Opmaatkinderen in hun eigen klas – weliswaar met werk van mij – en richt ik me op de hoogbegaafden. In het zogenaamde Leerlab doe ik allerlei uitdagende opdrachten, zodat zij extra gemotiveerd worden. Het praten met elkaar, het overleggen met medeleerlingen dwars door alle groepen heen, biedt echt heel veel meerwaarde.
Vinden de kinderen het niet vervelend om in een ‘speciale’ klas te worden ondergebracht?
Nee, integendeel. In het begin waren we hier natuurlijk wel bang voor, dat het een soort ‘gekkenklasje’ zou worden. Maar dat is echt niet het geval. De kinderen vinden het echt heel fijn om in mijn groep te zitten. Ze hebben meer rust, lopen niet meer op hun tenen. Bovendien, in de Opmaatgroep heeft iedere leerling zijn eigen laptop, dat vinden de kinderen natuurlijk ontzettend stoer.
Hoe worden de leerkrachten van de LGF-leerlingen betrokken bij het ‘zorgproces’?
Alle handelingsplannen, alles wat gebeurt in de Opmaatgroep én in de stamgroep, wordt regelmatig besproken. Tijdens deze gesprekken staan niet alleen de leerlingen centraal, maar bespreken we ook waar de leerkracht tegenaan loopt. In de middag doe ik veel aan co-teaching, waarbij ik een middag in de stamgroep aanwezig ben om samen met de leerkracht te bepalen hoe een leerling het best bij de groep betrokken kan worden. Leerkrachten komen bovendien regelmatig – bijvoorbeeld wanneer de groep aan het gymmen is – in de Opmaatgroep kijken hoe het met hun leerling gaat. Er is echt sprake van een goede samenwerking. Leraren durven elkaar om advies te vragen.
Je bent nu een jaar bezig. Volgend jaar zit de ‘proeftijd’ van de Opmaatgroep erop. Wat verwacht je?
Aan het eind van vorig schooljaar is De Kleine Reus door wel tien ouders en ambulant begeleiders benaderd met de vraag of er in de Opmaatgroep ook plaats is voor kinderen van buiten de school. Hieruit blijkt wel hoe groot de behoefte aan een dergelijke voorziening is. Ik denk dat de Opmaatgroep na volgend jaar zeker zal blijven bestaan, de eerste resultaten zijn namelijk veelbelovend. De leerprestaties van de kinderen gaan aantoonbaar vooruit. Kinderen hebben weer zin om naar school te gaan en dat heeft een positieve invloed op de resultaten. En ook de handelingsbekwaamheid van de groepsleerkracht neemt toe. Maar de Opmaatgroep moet na volgend jaar natuurlijk wel weer gefinancierd kunnen worden.
Heeft De Kleine Reus gemiddeld meer kinderen met een zorgbehoefte dan elders in Amsterdam?
Nee, daarom riep de Opmaatgroep ook gelijk vragen op bij de andere scholen hier in de regio. ‘Hoe krijgen jullie dit voor elkaar?’ was een veelgestelde vraag. ‘Jullie hebben maar drie rugzakken, is zo’n groep dan wel nodig? Wij hebben er wel tien. Moeten wij dan niet ook zoiets doen?’. De Kleine Reus maakt deel uit van een stichting waarin 23 scholen zijn ondergebracht. Twee scholen in de buurt hebben ons principe inmiddels overgenomen. Eén school richt zich met name op jonge kinderen en gedrag, de andere school – die qua grootte vergelijkbaar is met de onze – gaat het vanaf dit schooljaar op dezelfde manier aanpakken als wij. Maar er zijn natuurlijk ook scholen die het Passend Onderwijs op een andere manier georganiseerd hebben. Voor De Kleine Reus is de Opmaatgroep – naar mijn mening – echter de beste oplossing. Vooral omdat de groep twee kanten heeft. Niet alleen de leerlingen worden begeleid, maar ook de leerkrachten krijgen begeleiding, training en advies.
Pulse Primair Onderwijs
Tips & Tools
Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
Stelling van de week
Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
Prima school
Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl
Uitgelicht
|
Nieuw in onderwijs |
Nieuw in management |

reacties