Mijn school

Engels vanaf groep 1 op basisschool De Horn

Yes we can

 

De Verenigde Staten van Europa. Voor de een is het een droom, voor de ander een angstaanjagend schrikbeeld. Hoe het ook zij, we worden dagelijks geconfronteerd met grote en kleine problemen die alle Europese burgers aangaan. Elkaar begrijpen begint bij elkaar verstaan. Geen handel zonder communicatie, geen communicatie zonder gemeenschappelijke taal. Maar welke taal kiezen we?

 

Engels is de voertaal bij films, games, sport, industrie en wetenschap. Voor de jongste generatie is het al geen issue meer. Engels mag – en als het aan hen ligt moet – zo snel mogelijk als tweede ‘eigen’ taal worden ingevoerd. Ook de politiek debatteerde deze zomer in de Tweede Kamer over brede invoering op de scholen en zal binnenkort met een definitief plan komen. Hoe kijkt u als onderwijsgever tegen deze ontwikkelingen aan? Welke hordes moeten worden genomen? Jan Heijman is voorvechter van het eerste uur voor Engels in het basisonderwijs. Voor hem staat vast dat we als de wiedeweerga vanaf groep 1 Engelse les en les in Engels moeten geven. Zijn enthousiasme is in de loop der jaren alleen maar gegroeid. En gelukkig denken zijn collega’s daar net zo over.

 

“Niet iedereen was in het begin even enthousiast”, erkent Heijman, “Ze zagen zoveel beren op de weg. Je moet ze stuk voor stuk afschieten. De kinderen vonden het meteen fantastisch en gelukkig de meeste ouders ook.” Toch is het nog lang geen gemeengoed om Engels op de basisschool te geven. De cijfers spreken boekdelen: op 64 procent van de scholen wordt in groep 7/8 ‘iets’ aan vvto (vroegvreemdetaalonderwijs) gedaan, negen procent in groep 6, acht procent in groep 5 en vijftien procent in groep 1. “Voor ons was Engels nog niet zo belangrijk. Ik leefde in een klein dorpje en onze reikwijdte was nog niet zo groot. Ik was twaalf jaar toen ik voor het eerst in Amsterdam kwam. Deze kinderen gaan overal heen. Ze groeien in een heel andere wereld op en daar moet je het onderwijs ook aan aanpassen. Wat hebben deze kinderen over twintig jaar nodig? Mijn zoon zat twaalf jaar geleden hier op school. Toen was Engels ook nog geen speerpunt. Hij plukt daar nu de wrange vruchten van. Hij moet ontzettend goed zijn best doen om zijn Engels op een acceptabel niveau te brengen.”

 

Wereldtaal
“Engels is nog steeds de belangrijkste wereldtaal. Veel mensen denken dat ze een aardig woordje Engels spreken, maar dat blijkt in de praktijk vaak flink tegen te vallen. Een biertje en een cola bestellen dat lukt nog wel, maar een goede discussie voeren of onderhandelen over een product of prijs is toch wel wat anders. Eigenlijk zijn we verplicht aan onze leerlingen om ons onderwijs aan te passen aan wat de kinderen die nu vier jaar zijn over een jaar of twintig nodig hebben. Zij komen te leven in een sterk internationaal gerichte wereld. Nog meer dan nu.”
Onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen moeiteloos in staat zijn om om zeer jonge leeftijd meer dan een taal te leren. Heijman: “Als vader Duits spreekt en moeder Engels en wij spreken Nederlands, dan kan een kind die drie talen heel spelenderwijs vloeiend leren spreken. Hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het wordt. We worden niet alleen qua lijf strammer, ook ons brein wordt trager. Ook de hersenen moet je blijven trainen. De hersenen van de kinderen zijn zo flexibel, ze staan daar zo voor open, daar loopt alles gewoon in. Daar hoef je bijna niets voor te doen. Die kans moet je pakken. Uiteraard moet je prioriteiten stellen.”
De huidige aanpak vindt Heijman volstrekt onvoldoende. “Engels is sinds een jaar of twintig een verplicht vak, maar geen inspecteur van het onderwijs controleert of de lessen daadwerkelijk worden gegeven. Over de kwaliteit van de lessen wordt al helemaal niet gesproken. Er maalt ook niemand om als een lesje Engels een keer een week wordt overgeslagen. De grootste fout is natuurlijk dat de meeste scholen alleen Engels in groep 7 en 8 geven. Dan ben je al te laat.”

 

Volwaardig vak
Zeven jaar geleden vroeg Heijman zich openlijk af waarom Engels geen volwaardig vak is in het basisonderwijs. Het ontbreken van goede methodes en het stellen van andere prioriteiten, maar vooral ook de halsstarrige houding van veel leerkrachten bleken daar debet aan te zijn. Het hoeft toch niet van de inspectie, was een veelgehoord argument. Het mijden van risico’s was regel, uitzonderingen waren er nauwelijks. Heijman: “Als dit een jaar of vierhonderd terug gezegd zou zijn bij het inpolderen van de droogmakerijen of bij het graven van het Noordzeekanaal door de duinen heen, dan zouden de Beemster, de Purmer, de Schermer en de Wormer nog water zijn. Ook de haven van Amsterdam zou een zieltogend bestaan hebben. Schiphol zou niet in de Haarlemmermeer hebben gelegen. Geen vooruitgang zonder risico.”
In 2000 in Lissabon en in Barcelona in 2002 heeft de Europese Raad van Ministers van Onderwijs afspraken gemaakt over vroegvreemdetaalonderwijs. De lidstaten van de Europese Unie stelden zich ten doel om vvto te stimuleren om zo bij te dragen een het realiseren van de doelstelling dat alle EU-burgers naast hun moedertaal ten minste twee gemeenschappelijke talen spreken.
De afspraken die toen zijn gemaakt zien we volgens Heijman nog onvoldoende terug in de huidige praktijk van het Nederlandse onderwijs. “In landen als Zweden, Spanje en zelfs in Frankrijk is Engels een verplicht vak vanaf zesjarige leeftijd. Wij denken dat we voorop lopen, maar dat doen we zeker niet. We zijn zelfs geen middenmoters. We lopen hopeloos achter. De minister heeft het onderwijsveld inmiddels wel verteld dat de lat omhoog moet, maar rept met geen woord over het vak Engels.”

 

Vroeg beginnen
Heijman benadrukt overigens dat het beslist niet gemakkelijk is om Engels als vak in te voeren op de basisschool. Zeker niet als er ook extra aandacht moet uitgaan naar de vakken taal en rekenen. Toch staat inmiddels wel vast dat de meerderheid van de leerkrachten het leuk en belangrijk vindt om Engels te geven. Deze positieve houding wordt weerspiegeld in de groeiende groep scholen die vroeg start met Engels.
Obs De Horn in Wijk bij Duurstede begon zeven jaar geleden met het invoeren van het vak Engels in de school. “Zelf gaf ik toen les in groep 8. In die groep zat een leerling die doof was. Ik bereidde mijn lessen super goed voor en projecteerde vanwege die dove leerling alles op een groot scherm. Iedereen hoorde wat ik zei en kon ook meelezen. Naar mijn idee waren het superlessen. Na een aantal weken hard werken merkte ik dat de leerlingen geen of bijna geen antwoorden in het Engels gaven. Ze durfden bijna niets te zeggen. Ik dacht: ‘Waar ben ik mee bezig?’ Dit kostte me uren voorbereiding, maar de opbrengst is volgens mij nihil. Wat doe ik fout?’.”

 

Op de site van Early Bird vond Heijman het antwoord: begin op tijd met het geven van Engelse lessen. De taalgevoelige periode ligt rond drie/vier jaar. Als kinderen in groep 7/8 zitten dan is deze periode voor een deel gepasseerd en leren kinderen een tweede taal minder gemakkelijk. “Dat was voor mij een duidelijk signaal om vroeger te starten met de Engelse lessen. In de wandelgangen heb ik mijn collega’s gepolst. Van de twintig collega’s waren er direct vijf enthousiast, tien waren sceptisch en vijf vonden het een vreemd plan en waren daarom tegen. Toch hebben we het plan met die enthousiaste collega’s doorgezet. Ook zij zagen de noodzaak om in de onderbouw te starten. Vanzelfsprekend hebben we onze plannen besproken met de medezeggenschapsraad en in de ouderraad. De steun die we daar kregen, gaf ons nog meer energie om door te gaan.”
Heijman startte in maart met een proefperiode in de kleutergroepen. Na deze proefperiode zouden ze besluiten om te stoppen of door te gaan. De proefperiode verliep zeer succesvol. Zowel de leerlingen als de leerkrachten waren zeer tevreden. Ook vrijwel alle ouders steunden het plan. Het schooljaar daarop is De Horn gestart in de groepen 1/2. Ieder jaar kwam er een groep bij. Heijman: “De leerkrachten die nogal sceptisch waren gaven les in de bovenbouw. Zij hadden nog jaren de tijd om aan het idee te wennen.”

 

Financiële steun
Obs De Horn heeft bij de invoering hulp gekregen van het Europees Platform. Die steun is volgens Heijman zeer essentieel geweest bij het welslagen van het project. “We werden financieel ondersteund en het platform heeft ook de contacten gelegd met andere scholen. Ook werd er voor de leerkrachten een uitgebreid na- en bijscholingstraject opgetuigd.” Toch is het vooral het geloof in eigen kunnen geweest, dat ervoor gezorgd heeft dat het project uiteindelijk breed werd gedragen. “Zorg voor draagvlak. Zet iedere vergadering het vak op de agenda. Zorg ervoor dat Engels net zo’n belangrijk vak is als taal en rekenen. Maak een meerjarenplan. Formeer een projectgroep. Luister naar de weerstand.”

 

Heijman heeft nog kort overwogen om een aantal native speakers voor de klas te zetten. Er was een aantal ouders (Engelstalig) bereid om deze lessen te geven. Toch denkt hij dat de leerkrachten zelf het best de lessen geven. “Je bent dan van niemand afhankelijk. Zij beslissen op welke tijd van de dag er Engels wordt gegeven. Heb je een kwartiertje over, dan doe je een Engels liedje of spelletje. Het vak is heel gemakkelijk in te passen in het reguliere programma. Dat is een van de succesfactoren. Als een leerkracht dan nog grote problemen heeft met het geven van het vak Engels, dan zorgen wij dat hij een native speaker in de klas krijgt. Het is een kwestie van goed kijken en het na een jaar zelf doen. Dat werkt prima. Bij sollicitatiegesprekken vragen we tegenwoordig of ze op een acceptabel niveau de Engelse taal machtig zijn. Binnen zekere grenzen, want je mag best een foutje maken. Dat is helemaal niet erg.”

 

Integreren
In Nederland mogen scholen slechts een beperkte tijd besteden aan het geven van een vreemde taal. Met veertien andere scholen heeft De Horn van het ministerie toestemming gekregen om vijftien procent van de tijd Engels te onderwijzen. Niet alleen wordt het vak Engels gegeven, ook wordt er een ander vak in het Engels gegeven. Per week wordt er zo minstens 75 minuten Engels gesproken in de klas. Heijman: “Iedere dag een kwartiertje Engels is goed te doen. Het is wel zinvol om na te denken over een volledig Engelse methode met liefst een Engelse handleiding. Wij werken heel prettig met de Happy reeks en in de groepen 1/2 met My name is Tom. De leerkracht van groep 3 was geen voorstander van het invoeren van Engels. Ze had het zo druk met leren lezen en andere belangrijke zaken. Wat blijkt na een tijdje: ze is bijzonder enthousiast. Het is zeker ook voor de leerlingen in groep 3 een meerwaarde. De kinderen hebben ontzettend veel plezier tijdens de lessen. Er is ook in groep 3 voldoende tijd te vinden om iedere dag met de Engelse taal bezig te zijn.”
Onderzoek heeft uitgewezen dat het aanleren van een tweede vreemde taal absoluut geen nadelige invloed heeft op de Nederlandse taal. “Voor NT2-kinderen is het zelfs een verademing, omdat iedereen start met een nieuwe taal. Iedereen heeft het relatief even moeilijk.”
Heijman erkent dat Engels op de basisschool ten koste gaat van andere vakken, zoals rekenen. Ook onderwijstijd is immers een schaars goed. “Kinderen zitten globaal tussen de 20,5 en 26 uur op school. In die tijd moet het gebeuren. Je staat er echter versteld van hoeveel efficiënter je in de groep kunt werken. Schrap bijvoorbeeld de soms minder zinvolle maandagmorgen kringgesprekken. Soms zijn die gesprekken hopeloos saai. In groep 8 heb ik vorige week gezien dat twee leerlingen in het Engels een actualiteit van de week presenteerden. Weg saaie ochtendkring.”

 

Reguliere vakken
Ook het integreren van Engels in de regulieren vakken is volgens Heijman een goed alternatief om efficiënt met de onderwijstijd om te gaan. Obs De Horn heeft ervoor gekozen om het vak tekenen in het Engels te geven, maar ook de spel- en gymnastieklessen komen daarvoor in aanmerking. Maar ook musicalactiviteiten kunnen in het Engels gegeven worden. Leerlingen van groep 8 hebben vorig jaar de musical The Snowqueen in het Engels voorbereid en uitgevoerd. Het was de kroon op hun werk. “Alle rollen waren dubbel, dus twee volledige casts, twee koren. De musical is in totaal acht keer opgevoerd in het theater in Wijk bij Duurstede. Splendid, marvellous, great, waren de toepasselijke reacties. Ook dit jaar staat weer een Engelse musical op het programma.”
Volgens Heijman hoef je het om de financiën niet te laten. Iedereen kan bij het Europees Platform aankloppen. Het afgelopen jaar zijn vier docenten van De Horn op kosten van het platform naar Canterbury geweest. Daar hebben ze met collega’s uit Europa zeer veel waardevolle ideeën uitgewisseld. Heijman: “Sinds enkele jaren hebben we contact met Grundschule Sittensen. Vorig schooljaar hebben leerlingen uit Duitsland meegewerkt aan onze Kerstmusical. Zij zongen mee in het koor. Wij hebben op onze beurt in hun musical gezongen.”

 

Vrijblijvend is het vak Engels allang niet meer. Iedere leerkracht toets ieder jaar de vooruitgang van de leerlingen. Zo houden ze ook de leeropbrengsten nauwlettend in de gaten. In de gemeenschapsruimte lopen we nog twee collega’s van groep 1 en 2 tegen het lijf. Op een tafel ligt een liniaal. En passant vraagt Heijman hoe een liniaal in het Engels heet. ‘Ruler’ klinkt het in koor.
 


reacties

Pulse Primair Onderwijs

Ontvang gratis Pulse Primair Onderwijs Magazine als directie of bestuur!

Schrijf u in voor de gratis Pulse Primair Onderwijs nieuwsbrief.

Volg Pulse Primair Onderwijs op Twitter.

 
 

 

Privacystatement - Algemene voorwaarden - Copyright - Disclaimer

Tips & Tools

Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
 

 

Stelling van de week

Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
 

Prima school

 

Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl

 

Uitgelicht

 

Nieuw in onderwijs

Nieuw in management