Mijn school

Jacques Vriens: ‘Ik was nog het type ouderwetse bovenmeester’

Jacques Vriens is waarschijnlijk Nederlands bekendste schoolmeester. Hoewel hijzelf al een tijd niet meer in het onderwijs werkzaam is, is hij nog regelmatig op de basisschool te vinden.

 

U heeft lange tijd gewerkt als schrijvende schoolmeester.

De eerste achttien jaar van mijn carrière als schrijver, was ik inderdaad nog werkzaam in het onderwijs. Mijn eerste boek kwam uit in 1976, in 1993 ben ik gestopt met lesgeven. Ik was toen directeur op een vrij kleine school. Omdat we groter groeiden, werd ik geacht steeds meer manager te worden, in plaats van leerkracht. Maar ik was nog het type ouderwetse bovenmeester. Ik had tweeënhalve dag in de week mijn eigen groep en stond ’s morgens altijd bij de deur. Ik kende alle kinderen. Dat persoonlijke contact begon ik ontzettend te missen. Ik vond de combinatie van directeur zijn, de kar trekken en toch nog met je voeten in de klei staan, prettig. Hoe zwaar het soms ook was. Maar op een gegeven moment was de combinatie echt niet meer te doen.

 

Waarom heeft u niet alleen uw taken als directeur opgegeven?

Ik denk dat ik daar te eigenwijs voor ben. Ik ben achttien jaar directeur geweest. En mezelf kennende, zou het voor geen meter werken wanneer ik weer gewoon meester zou worden. Ik zou constant met de nieuwe directeur in de clinch liggen, dat wilde ik ons allebei niet aandoen.
Een jaar voor mijn vertrek mocht ik het Kinderboekenweekgeschenk schrijven: Het raadsel van de regenboog. Op dat moment kwam mijn carrière als kinderboekenschrijver enorm in de lift. Ik kwam op dat moment op een kruispunt in mijn leven. Welke weg wilde ik in als kinderboekenschrijver? En was dat te combineren met mijn taken in het onderwijs? Na heel lang wikken en wegen heb ik voor het schrijversvak gekozen.

 

Heeft u ooit spijt gehad van uw beslissing?

Nee, dat niet. Zeker niet in deze tijd. Wanneer ik nu op scholen kom, zie ik dat de directeuren en directrices allemaal mensen in kamertjes zijn geworden, die bezig zijn met de organisatie en met vergaderen en overleg. Soms kom ik op scholen en zie ik de directeur helemaal niet. In andere gevallen komt hij alleen even een handje te schudden en zich verontschuldigen omdat hij het te druk heeft om er even bij te komen zitten. Op zo’n moment ben ik blij dat ik geen directeur meer ben. Maar het was destijds geen makkelijke beslissing hoor. Ook toen ik de knoop had doorgehakt, heb ik nog drie maanden nodig gehad om alles emotioneel op een rijtje te zetten. Ik weet nog dat ik ’s nachts wakker werd en huilend op de rand van mijn bed zat. Toen besefte ik dat ik afscheid moest nemen van de kinderen. Hoe moest dat nu verder met Arend, die ik altijd zo goed had kunnen helpen?

 

Heeft u alle leerjaren les gegeven?

Ja, maar ik heb wel het meest in de bovenbouw gezeten. Ik kwam als directeur echter ook graag bij de kleuters. Niet om vanuit een hoekje te observeren, maar om echt mee te doen. Om voor te lezen of om mee te helpen in de bouwhoek. Als directeur vond ik het enorm belangrijk om feeling te houden met de jonge kinderen. Ik ben ervan overtuigd dat wat er in de kleutergroep gebeurt, ongelooflijk belangrijk is. Daar wordt de basis gelegd, waar je tot groep acht profijt van kunt hebben. In de kleutergroepen leren kinderen bijvoorbeeld hun ruimtelijk inzicht en fijne motoriek ontwikkelen, wat op latere leeftijd absoluut van pas komt. Helaas wordt dat niet altijd onderkend. Ook door de leerkrachten niet.

 

Hoe vindt u dat het onderwijs zich heeft ontwikkeld, sinds uw vertrek?

Ik heb best wel kritiek. Ik durf dat ook te hebben, omdat ik zoveel jaren ervaring heb en nog regelmatig op scholen kom.
Wat ik een van de meest negatieve ontwikkelingen vind, is de toetsgekte die is losgebarsten. Ik heb niks tegen toetsen, je moet – zeker bij kinderen – testen wat het niveau is en daarmee aan de slag gaan, maar ik vind het kwalijk dat er zoveel getoetst wordt. Toetsresultaten zijn zo belangrijk geworden! Ik hoorde onlangs een mooi verhaal van een oud-leerling van mij. Hij ging naar school om te kijken hoe het met zijn dochter ging. De juf klapte meteen haar laptop open om naar haar cijfers te kijken en begon toen pas te vertellen. Terwijl haar vader wilde weten hoe het met haar ging in deze groep, in deze klas!

 

Welke eigenschappen heeft een goede leerkracht volgens u?

Ik vind dat leerkrachten creatief moeten zijn. En dan bedoel ik niet in de zin van goed kunnen zingen of goed zijn in handenarbeid, alhoewel dat natuurlijk wel meegenomen is. Ik bedoel in de eerste plaats creatief zijn in het lesgeven. Leerkrachten moeten didactisch en pedagogisch creatief zijn. Ze moeten kunnen inspelen op de behoefte van ieder kind, zowel wat betreft kennisoverdracht als de opvoedkundige aanpak. Er wordt tegenwoordig veel te snel een etiketje op een kind geplakt.
Ik ben ervan overtuigd dat er nu – vergeleken met de tijd waarin ik les gaf – absoluut meer kinderen zijn met problemen. Dat heeft ook alles te maken met onze maatschappelijke ontwikkeling. Maar ik vind het bezwaarlijk dat leerkrachten vanuit de opleiding te weinig gereedschappen krijgen aangereikt om met deze kinderen aan de slag te gaan. We beginnen te snel met begeleidingsplannen, we kijken niet meer het kind zelf.

 

Had u zorgleerlingen in de klas?

Natuurlijk, al was ik me daar niet zo van bewust. Het etiketten plakken op kinderen met ADHD, PDD-NOS of autisme, is pas na mijn vertrek begonnen. Ik heb er nooit bij stilgestaan. Als je tegen een probleem aanliep, probeerde je praktische oplossingen te verzinnen. Vaak samen met collega’s. Jaren later pas heb ik in mijn archiefkast op zolder – waarin ik mijn verleden bewaar – tussen de oude leerlingenlijsten en mappen met aantekeningen gezocht naar welke oud-leerlingen in het plaatje pasten. Toen vielen wel heel wat kwartjes. Natuurlijk heb ik ook autisten of ADHD-ers in mijn groepen gehad. Zo herinner ik me bijvoorbeeld Tim nog heel goed. Hij viel om de vijf minuten van zijn stoel. En als hij iets uit zijn kastje pakte, dan kwam de hele inhoud mee. Zijn handschrift was een ramp. Bovendien kon hij absoluut niet stilzitten. Maar toch heb ik nooit een etiket op hem geplakt.

 

Hoe bent u dan met Tim omgegaan?

Ik heb op een gegeven moment met Tim afgesproken dat hij – als hij het even niet meer uithield achter zijn tafeltje – een rondje door of om de school mocht lopen, zonder daarbij iemand te storen natuurlijk. En dat deed hij, als moest ik hem wel eerst leren om rustig op te staan en zachtjes de deur te sluiten. Het gekke was, dat ik na een week of veertien dagen al verandering zag. Tim zat al een halfuur stil op zijn stoel! Het feit dat ik hem een ontsnappingsmogelijkheid bood, een kans om even weg te lopen, gaf hem heel veel rust.

 

Wat moet er volgens u veranderen in het onderwijs?

Ik ben een groot fan van Theo Thijssen. Natuurlijk is hij in onze ogen een ouderwetse schoolmeester, maar in één ding is hij nog steeds modern: hij pleitte er altijd voor om ontzettend goed naar kinderen te kijken. Als ik Thijssen lees, dan proef ik zijn betrokkenheid, zijn liefde voor kinderen. Hij zit echt met zijn hart in zo’n klas. En hij observeert ontzettend goed. Hij ziet ontzettend veel. En ik denk dat dit heel belangrijk is. Als leerkracht moet je je kinderen observeren. Dan hoef je niet je laptop open te klappen om te zien of het goed gaat met een kind. Ik denk echter dat de leerkrachten die op dit moment van de pabo’s komen, over onvoldoende bagage beschikken om goed te kunnen observeren, waardoor ze zich vastklampen aan iets concreets als toetsresultaten. Dat verwijt ik de jonge leerkrachten niet, maar wel de pabo’s.

 

Wat zouden leerkrachten op de pabo dan moeten leren?

Veel gedegen schoolse kennis en een stevige didactische en pedagogische basis. Maar ze moeten vooral ook leren kijken naar kinderen. Ikzelf heb nog net de oude kweekschool gedaan. Dat was heel ouderwets onderwijs. Heel schools. Maar ik heb wel heel veel concrete dingen geleerd waarmee ik aan de slag kon in de klas. Zo moesten wij bijvoorbeeld tijdens onze stages kinderen kort observeren en in detail opschrijven wat we zagen. Ik heb er geloof ik dertig van die verslagen gemaakt. Daarnaast moesten we een kind in de klas een half jaar volgen. Nou, dan leer je wel kijken.
Ook werden wij heel grondig ingewijd in de verschillende onderwijsstromen als Daltononderwijs, Montessori en Jenaplan. We gingen echt naar die scholen toe. Toen ik eenmaal zelf directeur werd, heb ik hun ideeën gejat bij het leven. Ik wilde geen etiket op mijn school plakken, ik wil niet in een keurslijf zitten van Montessori of Dalton. Ik heb uit allerlei onderwijssystemen elementen gehaald waarvan ik dacht ‘dit kan ik gebruiken’. Zo hadden we een takensysteem van Dalton, de kring van Jenaplan en gebruikten we in de onderbouw materiaal van Montessori.

 

Is ‘En de groeten van groep acht’ uw afscheid van uw onderwijstijd?

Eigenlijk wel. Het is het eerste boek dat ik heb geschreven, nadat ik ben weggegaan. Voor een deel is het boek gebaseerd op de werkelijkheid. Toen ik in Brabant zat, ging ik bijvoorbeeld altijd met mijn groep acht naar de Waddeneilanden. En die meester Siem die in het boek voorkomt, dat ben ik in zekere zin ook zelf. Meester Siem gaat in het boek met pensioen, ik nam ook afscheid – om te schrijven weliswaar. Maar het gevoel dat meester Siem had, de opluchting van geen verantwoordelijkheid meer en het verdriet van het achterlaten van de school, dat was hetzelfde.

 

Hoe weet u kinderen iedere keer weer te boeien met uw boeken?

Ik probeer altijd heel dicht bij de emoties van kinderen te komen, bij wat zij voelen. Ik kreeg laatst een brief van een meisje dat het boek ‘Achtste groepers huilen niet’ had gelezen, een boek over een meisje dat helaas overlijdt. Dat meisje schreef: ‘Ik heb om jouw boek gelachen en gehuild’. Dat vond ik zo’n compliment, dat ik zo dichtbij die twee uitertsen van emoties kan komen. Afgelopen zomer is het boek verfilmd. Ik heb de film al mogen zien. Het is prachtig geworden, geestig maar ook zeer ontroerend. Ik heb het niet droog gehouden. De première is in februari 2012.


reacties

Pulse Primair Onderwijs

Ontvang gratis Pulse Primair Onderwijs Magazine als directie of bestuur!

Schrijf u in voor de gratis Pulse Primair Onderwijs nieuwsbrief.

Volg Pulse Primair Onderwijs op Twitter.

 
 

 

Privacystatement - Algemene voorwaarden - Copyright - Disclaimer

Tips & Tools

Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
 

 

Stelling van de week

Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
 

Prima school

 

Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl

 

Uitgelicht

 

Nieuw in onderwijs

Nieuw in management