Thema's
Vakgebieden
Plezierige en effectieve oudergesprekken
Ouders lijken steeds mondiger te worden. En ze nemen het altijd voor hun kind op, zo lijkt het wel. Hoe graag zou een leerkracht soms willen dat ouders hun kind eens met eigen ogen in de klas konden zien! Vooral als de ouders hoog zijn opgeleid, vinden leerkrachten het moeilijk om passend weerwoord te geven. Als het gesprek uit de hand loopt komen ouders op hoge poten terecht bij de directeur of directrice van de basisschool. Tips voor leerkrachten om zelf beter om te gaan met ‘lastige’ ouders.
Veel leerkrachten zien op tegen oudercontacten en de reguliere tien minuten gesprekken. Vooral als er slecht nieuws te brengen is, vermijden ze het contact maar liever.
- Wat kan een leerkracht eigenlijk zelf doen om te vermijden dat er een probleem ontstaat?
- Hoe kan de dialoog op gang worden gebracht, zodat er weer evenwicht ontstaat tussen ‘geven en ontvangen’?
- Hoe kan het gesprek zo gestuurd worden dat beide partijen met een positief en tevreden gevoel uit elkaar gaan?
- En hoe kan de directeur hierbij helpen?
Soepel en geruisloos bijsturen
Het is voor ouders soms lastig om in te zien dat leerkrachten hun aandacht moeten verdelen over niet één, maar soms wel dertig kinderen. En andersom is het voor leerkrachten lastig om steeds te blijven zien dat het kind voor de ouders het allerbelangrijkste kind op de wereld is. Dan lijken de standpunten al snel lijnrecht tegenover elkaar te staan. Terwijl leerkracht en ouders toch op de allereerste plaats partners zijn in de groei en de opvoeding van het kind.
Vermijd discussie
Leerkrachten die gaan uitleggen en be-argumenteren, die in discussie gaan over het ‘waarom’ Jasper bijvoorbeeld vandaag de gang op moest, zullen niet in een fijn gesprek terechtkomen. De kans is groot dat dit werkt als een lap op een stier. Het nodigt de ouder uit tot het verdedigen van hún standpunt: “Maar Jasper is thuis altijd de rust zelve, dus het kan er bij mij niet in dat …”. Het leidt eerder tot een welles-nietesspel dan tot een oplossing en is verspilling van kostbare energie. Hoe kan een lastig gesprek dan wel in juiste banen geleid worden?
Op koers blijven
Het gespreksmodel van De Wissel is ontwikkeld om juist in deze situaties de leerkrachten te helpen op koers te blijven. Waar de sfeer vraagt om een omslag van gespannen ‘tegenover elkaar staan’ naar een professionele samenwerking, geeft dit gespreksmodel houvast. Net als een wissel die een zware, met hoge snelheid over het spoor razende trein, soepel en geruisloos de juiste richting in helpt. De Wissel biedt uitkomst in gesprekken waarbij sprake is van ‘slecht nieuws’, een (ogenschijnlijke) belangentegenstelling of om dit conflict op een effectieve en prettige manier bij te sturen. Het gespreksmodel vormt het centrale onderwerp van de module Contact Maken in Pulse-PO. De module helpt leerkrachten om zich beter te presenteren in gesprekken met ouders, collega’s en andere volwassenen.
Echt in gesprek zijn
De kunst van een oudercontact waarbij je écht samen met elkaar in gesprek bent, ligt in het los kunnen laten van je eigen verhaal en volledig focussen op de ander. Van professionele leerkrachten mogen we verwachten dat ze die stap kunnen zetten. In de kern: luister vooral aandachtig en zorg dat je gesprekspartner zich ook echt gehoord voelt (dit is niet hetzelfde). Als een ouder zich gehoord voelt (lees ‘serieus genomen voelt’), kun je al heel snel op zoek naar de gemeenschappelijke behoeftes en wensen. En die zijn er op school altíjd: leerkrachten en ouders willen immers allebei dat het kind een succesvolle ontwikkeling en fijne schoolperiode doormaakt.
Vaardigheden in De Wissel
De belangrijkste gespreksvaardigheden in dit model zijn:
1. actief luisteren
2. benoemen wat er gebeurt
3. eigen behoeften of doelen inbrengen
Actief luisteren naar de ander
Actief luisteren bereik je door niet alleen te luisteren naar woorden, maar ook naar de boodschappen achter de woorden, de toon, de sfeer die er in de ruimte hangt. Door oog te hebben voor hoe de brenger van de boodschap er bij zit en welke emoties bij hem/haar leven. Door te luisteren naar wat er wel in de lucht hangt, maar niet gezegd wordt. Focus volledig op de ander. Als de ander zich gezien en gehoord voelt, leg je de basis voor een open uitwisseling.
Benoemen wat er gebeurt
Gebruik de informatie die je net vergaard hebt en vertel de ander wat jij hier en nu ziet gebeuren. Wat beleeft de ander op dit moment? Wat vindt hij lastig? Wat staat er echt op het spel voor de ander? Erken dit door het te benoemen in een gesprek. ‘Ik hoor dat …. u boos bent’, ‘ik begrijp dat u het belangrijk vindt dat Jasper geen lessen mist’, ‘volgens mij….wilt u graag snel een oplossing zoeken’. Door te erkennen (in plaats van te negeren of verwerpen), krijgt de ander het gevoel dat er aandacht is voor diens zorg of probleem en blijft de focus in het ‘hier en nu’. Focus op wat je waarneemt (feiten). En bedenk dat je het er niet per se mee eens hoeft te zijn om het te benoemen. Dit brengt de nodige rust in een gesprek en belangrijker nog, biedt nieuwe openingen.
Behoeftes benoemen van jezelf
Ieder mens, jong en oud, deelt een aantal basale behoeftes. Denk bijvoorbeeld aan de behoefte aan veiligheid, bepaalde zekerheden, respect, zorg, humor, autonomie, etc. Mensen hebben vrijwel altijd begrip voor elkaars behoeftes. Ze botsen echter in de manier waarop ze denken in elkaars behoeftes te moeten voorzien (de strategie). De behoeftes benoemen en zoeken naar gemeenschappelijke belangen, schept veel meer ruimte voor oplossingen dan direct praten over de strategie. Steek bijvoorbeeld eens niet in met dat ‘het beter is voor Jasper om deze klas nog eens over te doen’. Focus eens op de vraag: voor welke ontwikkeling staat Jasper op dit moment? Wat heeft hij nodig? Hoe kunnen we het beste in zijn behoeftes voorzien? Wat willen jullie samen bereiken? Vanuit deze vragen is de kans groter om sneller gemeenschappelijkheid te vinden en tot oplossingen te komen.
Hoe kunt u helpen?
Iedere leerkracht heeft bovenstaande vaardigheden in zekere zin in huis. Kleine wijzigingen in verbaal en non-verbaal gedrag maken een groot verschil in de manier waarop iemand overkomt. De eerste stap is een stukje persoonlijk bewustwording: waar zit voor mij de winst? Dit is voor iedereen anders. Voor leerkrachten is het interessant om te ontdekken: Hoe doe ik het eigenlijk? Wat doe ik nooit en zou ik wel kunnen doen? Wat is nodig om mijn verbaal en non-verbaal gedrag met elkaar in overeenstemming te brengen?”
Taken directeur
En bij die bewustwording kan de directeur zijn leerkrachten ook helpen. In het contact met de directeur benutten ze immers ook hun luistervaardigheden. Hij kan hen persoonlijk feedback geven waarbij de leerkracht zich ook gehoord voelt. Hij kan de leerkrachten bewust maken van hun eigen gedrag en de parallel trekken naar een mogelijk oudergesprek. Oefenen en uitproberen van de stappen in een veilige omgeving helpt vervolgens om gespreks- en luistervaardigheden gericht te ontwikkelen en aan te scherpen. En helpt leerkrachten om de volgende reeks oudercontacten met plezier tegemoet te treden en óók met ‘lastige’ ouders een goed gesprek te voeren.
Susan Eggels is een van de kernleden van het centrum voor co-actieve communicatie.
Pulse Primair Onderwijs
Tips & Tools
Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
Stelling van de week
Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
Prima school
Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl


reacties