De zin en onzin van computergebruik in de klas

Of we willen of niet: de computer is gemeengoed geworden in de klas. Voor de een is het een last, voor de ander een zegen. Nu ook het digibord nog een flinke boost geeft aan deze digitale onderwijsrevolutie, wordt het tijd feiten en fabels op een rij te zetten. En het moet gezegd: er kan veel, zowel in de hardware als in de software sfeer, maar in veel gevallen wordt het ondersteunend effect van computer schromelijk overschat. Althans, als men puur naar de kennisverwervingeffecten kijkt. Maar er is meer! Veel meer. Dit artikel geeft in veertien ‘gedachtenstappen’ een beknopt overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot het gebruik van ICT in het onderwijs. Ter lering en vermaak, maar vooral ook om u aan te sporen uw positie te bepalen ten aanzien van dit actuele onderwerp.
 

1 Spraakverwarring alom

Och, er zijn zoveel woorden voor het begrip ‘elektronische ondersteuning bij leren en instructie’. Zie: online leren, e-learning, internet leren, distributed learning, networked learning, teleleren, virtual learning, computer ondersteunend onderwijs, webbased learning of afstandsonderwijs.
 

2 Of anders gezegd
Digitale didactiek richt zich op vragen als: wanneer is de inzet van ICT wel en niet geschikt? hoe kan ICT bijdragen tot onderwijsverbetering en -vernieuwing? Hoe kunnen opdrachtformuleringen zodanig uitdagend worden gemaakt dat zij aanzetten tot samenwerking? hoe kan het samenwerken in een elektronische omgeving worden begeleid (feedback geven, al of niet ingrijpen, informeren, sturen)? Hoe kunnen leerlingen elkaar ondersteunen bij het leren? Kan ICT een vorm van zelftoetsing ondersteunen?
 

3 Er zijn ict-hulpmiddelen genoeg
Tools, hulpmiddelen om een bepaald communicatiedoel te bereiken, zijn er genoeg. Anno 2010 hebben we daarvoor allerlei slimme browsers, e-mailprogramma’s, bloggingtools, tekstverwerkers, RSS-Feed-readers, social media, personal agenda’s, shared fotosites, noem maar op. Helaas betekent dit grote aanbod meestal ook dat u door de bomen het bos niet meer ziet en voor het meestbekende gaat. Onderstaande e-learning-tools (zie punt 5) zijn samengesteld door het Engelse Centre for Learning & Performance. Een instituut dat E-learning een warm hart toedraagt. dit instituut publiceert ieder jaar een lijst met tools waar onderwijsgevenden hun voordeel mee kunnen doen.

Zie: http://www.c4lpt.co.uk/learningtools.html
 

4 Goed, gratis en gemakkelijk
De digitalen onder ons zullen hier toch echt even naar moeten kijken. Sommige programma’s zullen ze kennen, andere misschien nog niet. hoe dan ook, ze zijn volgens de kenners van het ECL&P goed, gratis en heel gemakkelijk. Bij de webbrowsers is Choogle in nederland veruit het populairst. Toch kan deze browser volgens de kenners niet wedijveren met Firefox, die heel veel extra functionaliteiten kent. Choogle Chrome, de geheel vernieuwde versie van Google, mag er overigens ook zijn. Wilt u op de hoogte blijven wat andere mensen doen, de Engelsen noemen dat zo mooi ‘social bookmaking’, kijk dan eens op delicious en natuurlijk Twitter. Ook Twitter is nu al weer met een vernieuwde versie gekomen: Tweetdeck. Uw productiviteit beheert u het best met Google Google Calender of bijvoorbeeld Evernote. Uw gedachten ordent u met Freemind of Bubbl.us. Een blog start u eenvoudig met Wordpress of Blogger. Een website bouwt u for free met nVu en PBWiki. Presentaties zijn eenvoudig te vervaardigen met Slideshare. Flickr en YouTube gebruiken we om foto’s en video’s te delen. Yugma om kleine bijeenkomsten te organiseren op het web. Met ustream kun u live en interactief een video versturen. Niet vergeten even naar Moodle te surfen. Hiermee kunt volledige cursussen opzetten. Zie: http://www.c4lpt.co.uk/learningtools.html
 

5 E-learning is niet heilig
Volgens Jos Arets, directeur van Blue note Consultants en ‘architect van Learning & Performance Landscapes’ is E-learning lang niet in iedere situatie de beste oplossing voor leren. “In het verleden is maar al te vaak gedacht dat technologie het klassieke leren zou vervangen. Denk aan de beginjaren van de school-tv, de rapid E-learning programma’s om met tekstverwerken of computers om te gaan, enzovoort. Toch blijkt dat in de praktijk allemaal mee te vallen. Centraal in het onderwijs – en in veel trainingen – staat de interactie tussen de mensen. Veel E-learning programma’s zijn (nog) te eendimensionaal om de verrijkende ervaringen van lerende mensen in groepen zonder meer te vervangen. Toch ontstaan er aan de horizon geheel nieuwe mogelijkheden. de beschikbare WEB 2.0 technologie, ook wel social software genoemd, biedt mogelijkheden aan deelnemers om daadwerkelijk met elkaar te communiceren, ervaringen uit te wisselen en te leren via een eindeloze rij van tools of apllicaties waaronder blogs, Wiki’s, You-Tube, social network sites, Twitter, podcast, vlogs, mash ups, tags, RSS, Skype en dergelijke. Een indrukwekkende demonstratie van dit type afstandsleren is in orlando op Learning 2007 getoond. Via een breedband internetverbinding (in HD-kwaliteit) werd aangetoond dat jonge muzikanten op het conservatorium in New York afstandsonderwijs kunnen genieten van hun docenten, die waar ook in de wereld op tournee zijn. In die zin gaat E-learning interessante kansen bieden om het huidige onderwijs – en trainingen – aan te vullen. Te verrijken. maar zeker niet te vervangen. E-learning is niet meer of minder dan een didactische werkvorm. Wel of niet bruikbaar in een bepaalde context. Te vergelijken met pizza’s. Je kunt wel kiezen wat erop wordt gedaan, maar het blijft een pizza. En het is niet gezond om iedere dag een pizza te eten. Zo lijkt het ook niet zo gezond om teveel leren uitsluitend via E- learning te laten plaatsvinden.”
  

6 Netgeneratie vraagt om andere onderwijsmethodieken
Recente publicaties van onderwijsonderzoekers stellen dat er bij de jeugd tussen de zeven en achttien in vele landen (waaronder Nederland) belangrijke veranderingen in leren en wijze van informatieverwerking te zien zijn. Deze veranderingen zijn het sterkst bij de jongste groep (7-12). Kernbegrippen die uit deze onderzoeken naar voren komen, zijn onder andere: bereikbaarheid, multitasking, interactiviteit, nonlineariteit, gaming en visuele informatie. Het onderwijs zou moeten inspelen op deze veranderingen om aansluiting bij de ‘net-generatie’ niet te verliezen. Voorbeelden van deze mogelijke aansluiting zijn: • vergroten van de mogelijkheden voor interactie en leren via ICT,onder andere via peerfeedback, communities of practice en mutual tutoring; • vergroten van de mogelijkheden om geëngageerd te leren via casusbanken, educatieve games en andere actieve vormen van leren; • vergroten van de mogelijkheden om te leren, via ‘echte’ opdrachten; • vergroten van de mogelijkheden om ondernemerschap te leren via onderzoeksbureaus, en virtuele bedrijven en/of ziekenhuizen; • vergroten van de visuele component in het onderwijs (via streaming video, digitale fotografie en on-line laboratoria); • minder lineaire manieren van leren, via webarchieven en on-linedatabanken en via vraaggestuurde vormen van onderwijs; • verbeteren en intensiveren van de relaties tussen leerkracht en leerling.

 

7 ‘Ik leer mijn leerlingen niets’
Albert Einstein is zijn tijd natuurlijk altijd ver vooruit geweest. Hij deed eigenlijk al wat bovenstaande onderzoekers propageren. Hij zei: “Ik leer mijn leerlingen niets. Het enige wat ik doe is een omgeving creëren waarbinnen mijn leerlingen zelf kunnen leren.”
 

8 Scherm of papier: dat is de vraag
Het gaat natuurlijk allemaal razendsnel in de ‘nieuwe wereld’ en natuurlijk verandert de attitude ten opzichte van de computer ook, toch bewees de Amerikaanse onderzoekster Karen Murphy van de Universiteit van Ohio enkele jaren geleden dat ‘gewone teksten’, zoals krantenartikels en studieteksten, beter van papier gelezen kunnen worden dan van het computerscherm. Drie groepen studenten kregen elk twee teksten voorgelegd (uit het tijdschrift Time). Een eerste groep kreeg de teksten in traditionele vorm te lezen (gedrukt op papier). daarna vulden de studenten een vragenlijst in over de inhoud van de tekst. De twee andere groepen kregen de twee teksten te lezen op een computerscherm. Een ervan vulde de enquête achteraf manueel in zoals de eerste groep, de andere vulde de enquête in per computer. Bij de computerschermlezers werd ook nagegaan in welke mate er ervaring aanwezig was met computergebruik en dus met het lezen van een computerscherm.

 

De onderzoekers deden enkele significante vaststellingen:
1. De computerschermlezers hadden meer moeite de teksten te begrijpen;
2. Ze betoonden bovendien minder interesse voor het onderwerp;
3. Ze hadden meer moeite om in het standpunt van de auteurs te komen (vonden de auteur minder geloofwaardig en minder overtuigend).
Murphy en haar team vermoeden dat 2. en 3. gevolgen zijn van 1. Wie iets niet helemaal begrijpt, heeft minder interesse en is minder geneigd zich door de argumenten te laten overtuigen (wat volgens de onderzoekers samenhangt met het vermogen te leren). De frequente computergebruikers onder de studenten presteerden niet beter dan de minder ervaren schermlezers.
 

9 Drop-out rate
Nog meer kritische geluiden. Kenner van het digitale onderwijs- proces Professor Theo Bastiaens zei in zijn aanstellingsrede aan de open universiteit: “Iemand leert niet automatisch zwemmen door hem in het diepe te gooien. Zo is het ook met het zelfstandig leren met behulp van E-learning. de drop-out rate bij zelfstandig leren met E-learning is daardoor in vergelijking met andere vormen van leren hoog. Video, geluid en realistische vormgeving zorgen niet vanzelf voor duurzame en toepasbare kennis en zorgen ook niet automatisch voor een hogere motivatie bij de lerende.”
 

10 Vooruitgang en directe feedback
Al vanaf begin jaren negentig wordt er vlijtig gewerkt aan allerlei educatieve software programma’s. Toch heeft het behoorlijk lang geduurd voordat uitgevers en andere ontwikkelaars programma’s ontwikkelden die echt een aanvulling op het reguliere onderwijs betekenden. Langzaam maar zeker kunnen deze programma’s wedijveren met hun papieren varianten. Chantal de Groot (onderwijspedagoge en basisschoolleerkracht) zegt bijvoorbeeld over ‘Spelling op maat’ voor groep 4 van muiswerk Educatief: “Tijdens het oefenen krijgt de leerling direct feedback op wat hij doet, niet alleen via tekst maar ook via geluid. (...) In ‘Spelling op maat 1’ komen zeven verschillende oefenvormen aan bod, waardoor leerlingen steeds even moeten kijken wat de bedoeling is en het oefenen afwisselend en leuk blijft. (...) Het programma biedt veel afwisselende oefeningen met duidelijke uitleg over spellingregels. hierdoor kan het een mooie aanvulling zijn naast de oefeningen in de methode, en soms zelfs bepaalde delen uit de methode helemaal vervangen.” Bron: Plein Primair
  

11 Nog meer succes: online interactie, maar wel strak geregisseerd
In 2008 is het Talencentrum van de universiteit van Tilburg begonnen met cursussen Chinees. Chinees is voor nederlanders één van de moeilijkste talen ter wereld om te leren. De docent Chinees koos ervoor om nederlandse studenten via Blackboard, een speciale internetomgeving voor onderwijsdoeleinden, zowel schriftelijk als face-to-face te laten discussiëren met Chinese studenten. Allerlei onderzoeken tonen aan dat er veel voordelen zijn te behalen met interactie tussen studenten. Het groepsgevoel dat ontstaat, zorgt ervoor dat ze meer gemotiveerd zijn om dat studievak te leren. Uit de evaluatie achteraf bleek dat de studenten zeer positief waren over de samenwerking en dat de leerresultaten goed waren, maar dat ook bij deze werkvorm ‘duidelijke regels en instructies’ horen. Pas toen de docent een duidelijk stappenplan had gemaakt, gingen de studenten aan het werk.
 

12 Ook zelf aan de slag
Met hot Potatos kunt u zelf programma’s ontwikkelen. Wikipedia omschrijft hot Potatos als het programma waarmee ‘docenten zonder speciale voorkennis interactieve oefeningen kunnen opmaken, die nadien gemakkelijk in een webpaginavorm te gieten zijn’. Het pakket omvat een zestal modules: meerkeuzevragen, kruiswoordraadsel, invuloefeningen en sorteer- en combineeroefeningen. Het gebruik van het pakket is vrij voor personen en non-profit onderwijsinstellingen, op voorwaarde dat het materiaal dat met het programma gemaakt is voor iedereen vrij toegankelijk is via internet. Anders dient een licentie te worden aangeschaft. Andere programma’s om gratis lesmateriaal mee te maken: eXe - Alle informatie hierover is te vinden op Exeleren. Net van Willy Vermalen, Walhak: Cursus EXE learning, op maat EdU-Ware. met het ‘op maat’ systeem kan iedereen makkelijk zelf op maat gesneden pakketjes voor zijn of haar onderwijs maken en uitwisselen. Het pakket is bedoeld voor het Speciaal onderwijs.
 

13 Niet overdrijven
Het onderwijsinstituut van de universiteit van Utrecht doet veel onderzoek naar de perceptie van leerlingen op het gebruik van computers in de klas. In een rapport valt te lezen: ‘hoewel een aantal leerlingen klaagt over de ICT-voorzieningen op school, betekent dit niet dat men graag zou willen dat ICT meer in het onderwijs zou worden gebruikt. de meeste leerlingen geven aan niet de hele dag ‘achter een scherm’ te willen doorbrengen. De docent voor de klas wordt nog steeds gewaardeerd als leeractiviteit. Verder wil men met mede-leerlingen ook graag ‘face-to-face’ samenwerken.’ Bron: UU/IVLOS.
  

14 De rol en taken van docenten veranderen
Volgens Professor Theo Bastiaens (onderwijskundige OU) staat inmiddels wel vast dat het gebruik van ICT in de klas niet leidt tot betere leerresultaten, maar er zijn volgens hem ook andere waarden te koppelen aan ICT zoals motivatie, het leren van multitasking, de transferwaarde van de authentieke context en het samenwerken met anderen, maar ook het efficiënt oefenen (drill & practice). “Het door sommige leraren opgeworpen idee om vooral in de klas (in het kader van rust, reinheid en regelmaat) de informatiedruk en ICT-gekte uit te bannen, zorgt mijns inziens voor een (verdere) verwijdering tussen de school en de realistische buitenschoolse ervaringen van leerlingen.” Ook zegt Bastiaens dat de leraar steeds meer arrangeur of zelfs ontwikkelaar van onderwijs wordt. “Ik zou de leraar van tegenwoordig niet als onderwijsgevende maar als onderwijsmakende willen bestempelen. Daarvoor moet er echter teruggegrepen worden op onderwijskundige kennis van ontwerpen en samenstellen van onderwijsmaterialen. Een taak die over het algemeen in de lerarenopleidingen voor het primair en secundair onderwijs niet veel aandacht krijgt.” Volgens hem is het daarom zinvol “dat het ontwerpen en samenstellen van onderwijsleersituaties in de komende jaren meer aandacht verdient op de lerarenopleiding en in de school.”

 

Kortom: hoe kijk u tegen dit fenomeen aan? Wat doet u aan E-learning, computergestuurd onderwijs en digitale didactiek? Wij besteden er graag aandacht aan in de komende nummers van Pulse Primair Onderwijs, op de gelijknamige website of anderszins. Laat eens wat van u horen. www.pulseprimaironderwijs.nl
 


Advertentie

Tips & Tools

Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
 

 

Tijdschriften en boeken





Stelling van de week

Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
 

Prima school

 

Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl