Thema's
Vakgebieden
Een nieuwe kijk op nieuwe Nederlanders
Tekst: Marijke van Dijk
‘Slappe handdruk, slappe persoonlijkheid’, denkt schooldirecteur Van der Horst onmiddellijk nadat hij sollicitant Mounir de hand heeft geschud. Arme Mounir! Het komende uur wordt zwaar voor hem, want hij moet ‘bewijzen’ dat hij echt niet zo’n watje is en dat hij heus in staat is om die pittige groep 8 te managen. Een eerste indruk is immers tamelijk hardnekkig.
Ven der Horst is niet de enige die er zo over denkt. Velen met hem zijn van mening dat je sollicitanten beter niet kunt aannemen als ze je bij de begroeting een slappe handdruk geven. Waar komt deze ‘wijsheid’ vandaan? En zou dat betekenen dat je een sterke persoonlijkheid hebt als je een sterke handdruk geeft? Dat zou mooi zijn. Een stevige handdruk is in luttele minuten geleerd, dus van persoonlijkheid wisselen is een fluitje van een cent.
Hinder van je vooronderstellingen
De indruk die we ons vormen van een ander, wordt vaak bepaald door de lichaamstaal die we oppikken. We hebben vaste ideeën over wat deze non-verbale signalen betekenen. Helaas kloppen deze vooronderstellingen niet altijd. Heel wat misstanden zijn ontstaan doordat we automatisch een persoonskenmerk of een emotie koppelen aan een bepaalde uiting van lichaamstaal. Dat overkomt ons allemaal en bij iedereen. Ook op school in de omgang met collega’s of leerlingen is dit het geval.
Er zijn echter momenten dat het extra vaak ‘mis’ gaat en dat is als we te maken hebben met zogenoemde nieuwe Nederlanders, oftewel landgenoten die een buitenlandse achtergrond hebben. We zijn zo gewend door onze westerse bril te kijken en ons westerse interpretatiemodel los te laten op de ander dat miscommunicatie – vooral in het geval van allochtone leerkrachten en leerlingen – voor de hand ligt.
Zo hebben leerlingen van Japanse afkomst veelal van huis meegekregen dat zij hun emoties onder controle moeten houden. Dat leidt in de praktijk vaak tot het onder controle houden van de gelaatsuitdrukkingen die bij deze emoties horen. Dit zorgt voor een uitdrukkingsloos gezicht met weinig mimiek. We zijn al snel geneigd deze kinderen als minder spontaan of introvert te bestempelen, maar of dit ook in alle gevallen zo is…?
Iedere cultuur heeft zijn eigen (lichaams)taal, gebruiken en ideeën en bekijkt de ander vanuit die achtergrond. Dat geldt voor westerse culturen en niet-westerse, maar dat niet alleen, ook binnen de westerse cultuur zijn er verschillen. Franse jongeren schudden elkaar ter begroeting zonder gêne de hand, ook als ze met elkaar in de kroeg afgesproken hebben. Nederlandse jongeren bezien dat lacherig.
Het is dus niet zo gek dat cultuurverschillen soms tot misstanden leiden. Helemaal in een land als Nederland, waar verschillende culturen samenleven.
Daar komt bij dat onze ideeën over andere culturen en onze attitude op dit gebied op twee niveaus plaatshebben: bewust en onbewust. Bewust kiezen we er waarschijnlijk voor om niet te discrimineren. Een persoon van Marokkaanse of Surinaamse afkomst is ‘even goed’ als iemand van Nederlandse afkomst. Het gaat immers om iemands kwaliteiten en persoonlijkheid. Toch?
Onderzoeken wijzen echter uit dat we daar onbewust heel anders over kunnen denken. Dit onbewuste niveau wordt beïnvloed door wat er op televisie voorbij komt, wat we in kranten lezen of op straat of in de politiek horen. Dat betekent dat als de input over Marokkanen en Surinamers niet gunstig uitvalt (en dat is helaas vaak het geval), dat je dan op het onbewuste niveau er een heel andere mening op na kunt houden.
In de praktijk kan dat betekenen dat een leerkracht van zichzelf denkt dat hij elke leerling gelijk behandelt, maar in werkelijkheid zich naar een Marokkaanse leerling net iets anders gedraagt dan naar de overige leerlingen. Dat gaat uiteraard geheel onbewust en het is heel subtiel. De leerkracht lacht bijvoorbeeld net iets minder vaak of minder lang naar zo’n leerling, maakt net iets minder oogcontact, buigt zich net iets minder naar de leerling over… En het is heel goed mogelijk dat zo’n kind dat op het onbewuste niveau oppikt en zich daardoor net iets minder zeker voelt van zichzelf en ook net iets minder vriendelijk gaat lachen. En wat denkt de leerkracht dan? Zo is de cirkel rond.
Leren van andere landen
Andere landen kampen met dezelfde problemen. Soms is het goed eens te kijken hoe zij daar mee omgaan. De Universiteit van Californië (UCLA) bijvoorbeeld heeft een groot aantal studenten met een Latijns-Amerikaanse achtergrond. Deze studenten presteerden een stuk minder goed dan de studenten van Noord-Amerikaanse afkomst. De UCLA heeft het slagingspercentage van Latino-studenten echter met 33 procent omhoog weten te brengen tot 83 procent!
Hoe? Voor een belangrijk deel door de overtuigingen van medewerkers, autochtone en allochtone studenten bij te stellen. Iedereen ging er bij voorbaat vanuit dat studenten met een Latijns-Amerikaanse afkomst minder goed zouden presteren, ook de Latino’s zelf. Maar eigenlijk is het al een enorme prestatie als je op de universiteit terechtkomt, dus laten we ervan uitgaan dat je het niveau hebt en de studie kunt halen als je eenmaal op die universiteit terecht bent gekomen.
Het bijstellen van dit gezichtspunt zorgde alleen al voor een enorme toename van de studieresultaten. Bijzonder, toch? (Bron: lezing prof. A. Bermeo op Vrije Universiteit Amsterdam, 13 maart 2007)
Het lijkt dus mogelijk om onze overtuigingen op zowel bewust als onbewust niveau bij te stellen en zo een prettiger leefklimaat te creëren. De eerste stap is ons bewust te worden van de berichtvorming om ons heen. Klopt deze? En wat doet dit met je? Op de tweede plaats helpt het als we onze westerse bril afzetten.
Dus niet: - Allochtoon? Met een beetje mazzel krijgen we hem vast wel op het vmbo-t.
Maar: - Wat brengt hij mee, wat zijn zijn talenten en mogelijkheden?
En niet: - Wat een brutaal ettertje; hij kijkt me niet eens aan!
Maar: - Hij kijkt me niet aan. Dat zou je onder deze omstandigheden wel verwachten. Wat zou er aan de hand zijn?
Of nog eenvoudiger: als we ons nu eens voornemen om uit te gaan van het positieve, tot het tegendeel bewezen is, dus ervan uit te gaan dat de ander je niet dwars wil zitten, maar dat er waarschijnlijk een goede reden is voor zijn gedrag. Zou dat helpen? Of als we er met zijn allen vanuit gaan dat ook leerlingen met een buitenlandse afkomst goede prestaties kunnen leveren. Zou dat helpen? En als we dan nog een stap verder gaan en luisteren naar de ander, leren we dan ook elkaar te begrijpen? En zijn we dan ook niet veel beter in staat (met elkaar) oplossingen te bedenken of problemen te voorkomen? Zou dat het onderwijs niet een geweldig nieuwe impuls geven?
Drs. Marijke van Dijk is een van de oprichters van het Centrum voor Co-actieve Communicatie dat studiedagen, trainingen en coaching verzorgt in het primair en voortgezet onderwijs. (zie www.co-actief.nl). Samen met dr. Tom Boves heeft zij het boek Contact maken. Communicatieve vaardigheden voor leerkrachten geschreven.
Belemmerende overtuigingen en hun gevolg
1. Pygmalion-effect: als je als docent verwacht dat iemand met een buitenlandse achtergrond meer moeite zal hebben met leren dan iemand met een Nederlandse achtergrond, dan zal zo’n leerling zich daarnaar gedragen en ook daadwerkelijk minder presteren. Onbewust ontmoedig je deze leerling om te groeien.
2. Confirmation bias: We zien wat we willen zien en horen wat we willen horen. Als je gelooft dat een allochtone leerling slecht gaat presteren, dan ben je vooral geneigd te kijken naar wat er allemaal niet goed gaat en onthoud je minder wat er wel goed gaat.
3. Motivated reasoning: we besteden meer aandacht aan argumenten die ons standpunt ondersteunen, dan aan argumenten die daarmee strijdig zijn. Je zult harder twijfelen aan het waarheidsgehalte van een verhaal van een leerling van wie je verwacht dat deze het met de waarheid het niet zo nauw neemt dan van iemand waarbij dit niet het geval is.
4. Self-fulfilling prophecy: docenten die diep in hun hart geloven dat zij zich geen raad weten met andere culturen, zullen dit non-verbaal uitstralen; met alle gevolgen van dien.
Test uzelf
Op www.Implicit.harvard.edu is het mogelijk te testen (de Ras-IAT) hoe u op onbewust niveau over mensen met een donkere huidskleur denkt. Dat kan schrikken zijn. Gevraagd wordt om positieve en negatieve woorden te koppelen aan foto’s van blanke en zwarte mensen. Gekeken wordt naar de antwoorden, maar ook naar de snelheid van het antwoorden. Op deze manier is de attitude van iemand tegenover blank en zwart te bepalen. Wat blijkt? Tachtig procent van alle mensen die ooit de test gedaan heeft, heeft een (lichte) voorkeur voor blanken. Deze onbewuste attitudes hoeven absoluut niet overeen te komen met bewuste attitudes. Circa de helft van de 50.000 zwarte Amerikanen die de test hebben gedaan blijkt namelijk eveneens op onbewust niveau krachtiger associaties met blanken te hebben dan met zwarten.
Welke afstand bewaar je?
Tussen en binnen culturen gaat men verschillend om met afstand. Welke afstand bewaar je?
Cultuur: Nederlanders zijn vrij afstandelijk. Arabieren, Aziaten, Latijns-Amerikanen en mensen van rond de Middellandse Zee veel minder
Woonomgeving Doorgaans heeft iemand uit een dorp een ruimer territorium dan iemand uit een stad
Sekse: vrouwen houden onderling een kleinere afstand aan dan mannen onderling
Leeftijd: kinderen naderen anderen doorgaans dichter dan volwassenen doen
Toestand: je behoefte aan nabijheid neemt soms toe als je ziek of verdrietig bent
Persoonlijkheid: introverte mensen hebben veelal iets meer ruimte nodig dan extraverte mensen
Relatie: intimi staan dichter bij elkaar dan vreemden
Situatie: in de slaapkamer naderen geliefden elkaar doorgaans meer dan op een verjaardag
Bron: Boves en Van Dijk, Contact maken, p. 63
Pulse Primair Onderwijs
Tips & Tools
Hoe kan een leraar ict integreren in het onderwijs?
De Onderzoeksreekspublicatie ‘Maak kennis met TPACK’, zoomt in op één randvoorwaarde van het Vier in Balans Model van Kennisnet, ‘deskundigheid’. Ict-competente leraren zijn deskundig op drie gebieden: vakinhoud, didactiek en ict. In de (Engelstalige) literatuur wordt dat ook wel aangeduid als TPACK: Technological Pedagogical Content Knowledge. De studie laat goed zien wat er allemaal nodig is om leraren adequaat voor te bereiden op het gebruik van ict. Tegelijkertijd onderstreept de studie de sleutelrol van de leraar om met behulp van ict de productiviteit en kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren. Voor meer informatie: download of bestel ‘Maak kennis met TPACK’ uit de Onderzoekreeks, www.kennisnet.nl
Stelling van de week
Eerst een plezierplan, dan pas een zorgplan
Pabo-directeur Taeke van den Akker, De Kempel (Helmond):"Een startbekwame leraar moet zich ergens op focussen, anders ziet hij door de bomen het bos niet meer. We leveren een prima leerkracht af, die de basis beheerst. In die basis moet hij niet te snel met allerlei zorgbegrippen worden geconfronteerd. Ik vind daarom dat hij geen zorgplan maar een plezierplan moet maken. Eerst moeten onze studenten betrokken onderwijs hebben weten te realiseren. Als je dat in je vingers hebt en je hebt ervan genoten dan heb je ongetwijfeld ook die kinderen gezien die op een andere manier de stof aangeboden moeten krijgen en een andere aanpak nodig hebben. Eerst moet je leren op een juiste manier te interacteren met leerlingen, zonder gehinderd te worden door allerlei zaken met betrekking tot afwijkend gedrag." Het hele interview kunt u lezen in Pulse Primair Onderwijs van september.
Prima school
Wij stellen uw mening en bijdragen zeer op prijs. Zo ontstaat een dynamische en waardevolle website die andere leerkrachten en directies stimuleert om schoolontwikkeling en integrale kwaliteitszorg nog voortvarender aan te pakken. Mail naar: info@pulseprimaironderwijs.nl


reacties
Carla Jongerius (2010-03-26 11:17:20)
Prima artikel, verhelderend en bruikbaar.